PATROONHEILIGE

 

Vanwaar de keuze voor de H. Rochus als patroonheilige?

Bij de cholera-epidemieën in 1866 – 1867 namen de inwoners van Deurne–Zuid hun toevlucht tot de H. Rochus om zijn bescherming af te smeken.

In hun nood wendden ze zich tot hem omdat hij in zijn leven mensen met besmettelijke ziekten verzorgde tot hij er zelf door aangetast werd.

 

In 1866 ontstond de Broederschap van de H. Rochus.

Uit dankbaarheid tot de H. Rochus, omdat de Zuidzijde Van Deurne veel minder beproefd was geworden dan de Noordzijde, werd een mooi Rochusbeeld aangekocht en een houten kapel gebouwd op de hoek van de Waterbaan tegen de Herentalsebaan.

Om het verkeer op de Herentalsebaan niet te hinderen werd ze verplaatst verder in de Waterbaan in 1907, ongeveer over de plaats waar ze nu staat.

3O jaar lang deelde ze daar lief en leed van de parochie.

De stenen kapel op de plaats waar ze nu nog staat werd ingewijd op 3 november 194O.

 

 

DE ENE BEWEGING ROEPT DE ANDEREN OP

De Kajotters bestonden in Sint-Rochus en hadden vele leden.

Op een bepaald moment hadden zij de viering van de ‘vlaggewijding’ en was het een feestelijk gebeuren in onze parochie. Er was veel volk bij elkaar en er werd gepraat en verteld. Enkele jonge meisjes waren ook op de viering aanwezig en zij staken de koppen bij elkaar en droomden van een beweging voor hen. Zij droomden van Kajotsters en zagen het wel zitten om er zich voor in te zetten. Wie waren die moedigen? Onder anderen Germaine Vervoort, Maria Vleminckx, Josephine Schrijvers, Delphine Van Gestel en….

En inderdaad, niet veel later was de parochie een nieuwe Beweging rijker!

 

 

BOOM OP HET GRASPLEINTJE IN DE KAREL GOVAERTSSTRAAT

 

Méér dan veertig jaar geleden heeft de jonge Ludo De Bosscher een boom geplant aan Familia. Deze boom kreeg de kans om groot te worden en is daarin ook echt wel gelukt want in 2007 had hij een omtrek van 3,23 m. en werd te groot voor die plaats daar. Een schone, gezonde boom, maar… wat als hij nog jaren moet blijven staan?

 

In 2007 vroegen we een kapvergunning.

 

Twee mensen van de Stad kwamen kijken en vonden het jammer dat een zo mooie en gezonde boom weg zou moeten. Ze konden toch wel onze argumenten verstaan en op 17 oktober kregen we volgende brief:

 

Aan vzw Dekenale Werken Deurne Sint-Rochus, Sint-Rochusstraat 79 te 2100 Deurne.

Vergunning voor het vellen van een boom op het speelplein van de jeugdbeweging in de Karel Govaertsstraat 35, 2100 Deurne?

 

Geachte Heer,

Het college van burgemeester en schepenen besliste op 12 oktober 2007 u vergunning te verlenen voor het vellen van een Canadapopulier (stamomtrek 323 cm) op het speelplein van de jeugdbeweging in de Karel Govaertsstraat 35, 2100 Deurne.

Het college achtte het vellen van de boom verantwoord omdat hij te dicht tegen de scheidingsmuur staat, veel te groot is geworden en bij stormweer gevaarlijk overhelt.

In het eerstvolgende plantseizoen dient u ter compensatie van de gekapte boom, één zomereik te herplanten op het domein, op een grotere afstand van de scheidingsmuur. Wilt u werkleider de heer Ben Sels (03 360 30 58) inlichten als u de boom geplant hebt, zodat hij een controlebezoek kan afleggen?

De vergunning loopt ten einde binnen 2 jaar. Als u de boom niet geveld hebt in deze periode vervalt deze vergunning.

Hoogachtend

 

Namens het college van burgemeester en schepenen

voor de stadssecretaris                                                               voor de burgemeester

bij machtiging van 29 juli 2005                                             de afgevaardigde schepen

de bestuurscoördinator                                                                      Guy Lauwers

Hans De Beule                                                                            

 

Intussen waren er contacten met héél veel mensen, is er héél dikwijls over gepraat en werd op alle mogelijke manieren gezocht om de boom te laten kappen. Er waren ook contacten met de Firma Michielssens voor een hoogtewerker.

 

Op vrijdag 23 januari 2009 was het dan zover en is de boom neergelegd.

 

Wat nu met het hout?

Er zijn mensen die stookhout kunnen gebruiken en die bereid zijn om ook het kleine hout op te ruimen. Wie wordt hiervoor aangesproken?

 

Kunnen we het hout van de boom zelf gebruiken voor onze kerk. We weten reeds enkele jaren dat we verplicht zijn op de zolder van onze kerk, op de gewelven van de middenbeuk en de kruisbeuken, een houten loopbrug te leggen. Kan het hout hiervoor worden gebruikt?

 

Een vraag aan de architect gaf het volgende resultaat:

 

Hout van een Canadaboom, werd vroeger voornamelijk gebruikt om timmerwerken uit te voeren.
Het hout diende echter nat verwerkt te worden.
Bij het drogen wordt Canadahout zeer hard, gaat spontaan krom trekken en is in droge toestand moeilijk te verwerken.
Nagelen van droog hout is zonder dit voor te boren moeilijk.
Canadahout zou na verwerking droog moeten blijven, maar dit zal geen probleem zijn bij toepassing aan de loopbrug.
Om de loopbrug te maken, heb je volgens mij volgende onderdelen nodig:

draagbalken links en rechts van de loopbrug.

De lengte van de stam moet minsten op de lengte van de overspanning gezaagd worden, liefst nog wat langer om lasverbindingen te maken.

Volgens het plan van de kerk liggen de gewelven op een asafstand van  ± 4,35m uit mekaar.

Met gordingen 6,5x18 kan u overspanningen maken tot ± 4,00m,

Met gordingen 7,5x23 kan u overspanningen maken tot ± 5,00m à 5,50m. De boom wordt best in deze maatgeving verzaagd.

De juiste constructiemogelijkheid zou echter ter plaatse moeten bekeken worden.

U zou links en rechts van deze brug, afhankelijk van het draagvermogen ± 100kg (persoon), minstens één gording moeten voorzien.

De gordingen worden onderling ± alle 1,5m met mekaar verbonden. U gebruikt hiervoor eveneens best gordingen van 6,5x18 of 7,5x23 voor.

De loopvloer kan u met schalieberdplanken laten uitvoeren. Deze hebben minimaal een dikte van 2,5cm (1”) of maximaal 3,6cm (6/4”)

De plankbreedte mag variëren tussen 10cm en 20cm. Er moet nagezien worden wat haalbaar is ifv de boom.

De planken dragen van de linkse gording tot de rechtse gording en hebben een lengte van ± 1,00m.

Wanneer de planken verzaagd zijn zou de stapeling van het hout zeer vlak moeten gebeuren.

 

Dus, zoeken naar iemand die de boom wil verzagen…

 

De opdracht werd gegeven aan volgende firma om dit werk uit te voeren en zo komt het hout van de boom nog héél goed van pas voor onze kerk.

 

De Mobiele Boomzaag
Luc en Vera Hoegaerts-Nys
Overbeekstraat 94
3724 Vliermaal-Kortessem
0473/52 90 92 - 012/21 39 86
www.demobieleboomzaag.be

Maar door (weer)omstandigheden kon de firma  de boom niet tijdig verzagen en werd het hele zaagplan afgeblazen.

 

 

WIST JE ?

 

Dat men vroeger ook op wereldlijk vlak van de parochies Deurne en Borsbeek sprak.

 

In 1264 werd de parochie Borsbeek wezenlijk gescheiden van Deurne.

Tot 1559 behoorde Deurne tot het bisdom Kamerijk, hiërarchisch ondergeschikt aan het aartsbisdom Reims.

 

Na 1559 werd Deurne in het nieuwe bisdom Antwerpen ingelijfd.

 

In 1801 bij het aartsbisdom Mechelen.

 

In 1958 terug bisdom Antwerpen.

 

Situatie in Deurne in 1889 toen de Sint–Rochusparochie erkend werd

 

Deurne telde in 1889 – 6577 inwoners.

 

Florent Pauwels was Burgemeester van 1885 tot 1907.

Er waren twee Schepenen G.J. Scheurwegh en F. van Dijck.

 

De snelle groei van Deurne – Zuid leverde ook politieke spanningen op.

Er waren voorstanders voor de afscheiding ook burgerlijk.

 

In 1889 leefden er in Deurne – Zuid ongeveer 2500 mensen in de wijken

Silsburg, Drie Koningen, Boterlaar, Eksterlaar, Waasdonk, Gietschotel en

Weversfabriek.

 

Het zwaartepunt van Deurne – Zuid lag toen op het Eksterlaar.

 

Geleidelijk aan evolueerde de landbouwsector in Deurne van graan - en veeteelt naar tuinbouw. Hovenierderij leverde grotere winsten op en de producten konden gemakkelijk in de winkels en markten van Antwerpen worden afgezet.

 

Door de uitbreiding van Antwerpen waren er ook dagelijks grotere hoeveelheden verse melk voor het verbruik van de stadsbewoners nodig. Men had nog geen vervoer om de melk van ver aan te voeren. Dus ging in de stad en de nabije gemeenten een groot aantal personen zich uitsluitend op de productie  en distributie van melk toeleggen.

 

Ook zochten meer en meer inwoners hun bestaansmiddelen in nijverheid en handel.

 

De meesten werkten in de stad of in de omliggende gemeenten.

 

De voornaamste bedrijfstakken waarin Deurnenaars waren tewerkgesteld waren het bouwbedrijf, houtverwerkende nijverheid, textielnijverheid, kledingindustrie en het wegvervoer.

 

Een bescheiden brouwerijbedrijf, Brouwerij De Ster, van Florent de Preter was toen de grootste zaak van Deurne – Zuid.

 

Arbeiders verdienden toen tussen de 0,3 en 0,5 F per uur.

Vlees kostte tussen de 1,55 en 1,8 F de kilo…..

 

Verenigingsleven in Deurne - Zuid in 1889

 

De meeste wijken hadden een muziek – en toneelvereniging.

 

De Drie Koningen, is de oudste fanfare van Deurne.

 

Er waren bloeiende schuttersmaatschappijen. ( handboog )

De Vrede, in de Gietschotel, De Vrijheidsvrienden in de Ekster.

 

De dahlia – en rozenmaatschappij Dorothea van de Gietschotel vierde in 1889 haar 25 jarig bestaan met een Internationale Tuinbouwtentoonstelling.

 

Als vermakelijkheden waren er ook jaarlijks Silsburg - , Eksterlaar – en Boerkeskermis.

 

 

DE ENE BEWEGING ROEPT DE ANDEREN OP

 

Christelijke bond van gepensioneerden en Ouden van dagen Sint Rochus

Onderafdeling van onze moedervereniging FAMILIA

Verslag: 1958 – jaar van ons 5 jarig bestaan

 

Vrienden lief ’t is ongelooflijk

Maar ik ben in ’t geheel niet voorbereid

Die rommel van de Expo

Heeft benomen mijnen tijd

Altijd schrijven, altijd loopen

Dat moet ik soms wel eens bekoopen

Mijn moteur werkt soms zoo onregelmatig

Daarom is mijn verslag maar batig

We doen zoals wij steeds maar deden

Alles voor het heil van onze brave leden

Kwamen bijeen en speelden kaart

Voor nickeltjes van (niksske waart)

Vroeg men ons om op reis te gaan

Niet wachten dat is zoo gedaan

We waren nog niet terug of men vroeg alweer

Wanneer gaan we terug de volgende keer

Zo deden we steeds toetjes aan

En lieten alles in vroolijkheid gaan

Nieuwe leden kwamen als aangevlogen

Toen dachten we reeds, we zullen eens betogen

Met ene nieuwe vlag in top

Trokken we nog een berg op

En we stonden midden in het jaar

Op zoo wat 300 leden ‘k zeg het maar !

Maar de clou dan vanons 5 jaar streven

Dat moest de groote bons nog geven

Een democratis banket

Werd op het menu gezet

Op deze mooie avondstond

Was het dat men 185 leden vond

Gezeten aan een heerlijk lekker dis

Door Marie Cambré gereed gemaakt en dan weet ge wat het is

’t wat om z’oon  machtig leden tal eten te moeten geven

En toch is het gebeurd, dat was ons groote streven

Tot hier mijn verslag

We hopen dat onze Christelijke bond, zoo altijd voortdoen mag

Voor ’t laatst de groeten van de talk van onze 300 leden

Secr. Staf Verdonk

18 oktober 1958

 

 

OPROEP!

 

Vanaf de beginjaren speelde muziek, zang en toneel een grote rol in het ontspanningsleven.

Alle verenigingen maakten muziek,zongen en speelden toneel.

Een muziek- en zangvereniging en een toneelkring konden dan ook niet uitblijven.

Feesten was er ook steeds bij!

 

22 november 1969

Dank zij gezonde financies schonk Sint-Cecilia haar trouwe vereerders van Sint-Rochus-Deurne dit schamele banket

 

Na dankgebed wordt voortgezet:

 

Fruit noch groentenvocht in de velours

Nesten gevuld met ge zult wel zien

Gebraden lijk in ’t groen met bollen nie warm nie willen

Iets om aan te vetten hoe langer hoe liever

Het zal nodig zijn of vrouwentroost

Zit niet te janken er komen nog dranken

 

VRAAG:

Wie kan dit “vertalen” ?

Over welk feest ging het ?

Bezit iemand nog foto’s?

 

 

DE GESCHIEDENIS VAN DE SINT-ROCHUSPAROCHIE VANAF 1945

 

De Tweede Wereldoorlog was gelukkig voorbij…

 

1947 een bijzonder jaar…

De eerste jaren na de oorlog 1940 – 1945 kwam de woningbouw in Deurne maar traag terug op gang. Er moest enorm veel schade aan bestaande gebouwen worden hersteld en de beschikbare materialen en de financiële middelen voor de nieuwbouw waren zeer schaars.

In onze parochie werd in 1947 de Romein de Velstraat en de Gabriël Vervoortstraat aangelegd. Het toenmalige gemeentebestuur gaf toelating tot het bouwen op het Fortje van 24 eensgezinswoningen en 2 appartementsblokken met 6 appartementen. Op 6 april 1948 zou de

Eerste steen gelegd worden door de afgevaardigde van de Minister van Wederopbouw: Jean Terfve.

 

Flor De Boey was in 1947 Burgemeester van Deurne.

De socialisten hadden toen maar een zeer beperkte meerderheid in Deurne. De CVP had bij de verkiezingen in 1946 maar 16O stemmen tekort gehad om de meerderheid te breken. Er waren toen 13 socialisten in de gemeenteraad tegenover 12 katholieken.

De katholieke verkozenen waren Mej. Pingnet en de heren Scheere, Termonia, Goovaerts, Heylen, Verbert, Van Dijck, Van Looveren, Wemers, Van Sanden, Van der Gooten en Doevenspeck.

 

Holthof was onze pastoor toen en het verenigingsleven was terug zeer actief, vooral onder de stuwende leiding van onderpastoor en proost A. Van Dijck.

In 1947 bestond Symphonie Sint-Rochus 20 jaar , het was een zeer druk jaar op gebied van vieringen en feesten.

Symphonie Sint-Rochus kreeg klank en vorm in 1927 onder impuls van onderpastoor Muës, muziekkenner en melomaan. De leiding was toen in handen van Romain De Vel. Al vlug had men een kleine twintig leden.

 

1947

Toen startte het tweede werkjaar van FAMILIA

 

Zondag 12 januari 1947  CROCHET – WEDSTRIJD

Dit was volgens het verslag geen geweldig succes omdat de datum slecht gekozen was. De fanfare de Drie Koningen had dezelfde dag een Nieuwjaarsbal ingericht.

 

Het hoogtepunt van het seizoen was de opvoering van Sepp’l Dit was toen de succesoperette van Emiel Hullebroeck. De opvoering van deze operette was wel een zeer zware opgave voor amateurs.

Viermaal heeft men ze opgevoerd, een voorstelling was zeker op Beloken Pasen, 13 april.

 

De voorstelling werd gebracht door Symphonie Sint-Rochus, Zangkring Crescendo, mevr; Ph. Kunze was verantwoordelijk voor de baletten en de toneelgroepen “ Al wat can “ en “ Opgang” .

De algemene leiding had Miel Cambré. Men had toen niets dan lof over deze voorstellingen.  

Misschien is het toch wel eens plezant om de rolverdeling van toen hier eens weer te geven.

 

Sepp’l

 

Libretto, L. De Vriendt, zangteksten, L. Lambrechts, muziek, Emiel Hullebroeck

 

Boer Heurberger                                                           J. Smits

Barbel, zijn vrouw                                                          Y. Lintermans

Sepp’l, een meisje( als jongen,17 jaar)                           J. Buts

Lori, dochter van Heuberger                                         J. Geeraerts

Barthel, boerenknecht bij Heuberger                            J. Suetens

Juffrouw Rabe, directrice der tuchtschool                    H. Selen

Dokter Walther, dokter der tuchtschool                        J. Geeraerts

Baron von Hohenfels                                                       D. Bellens

Baronesse von Hohenfels                                                N. Sels

Lakei, in dienst bij den baron                                          R. Sels

Prins Otto von Zickenzackenzickzackzeun                       A. Weyns

Vorstin von Zickenzackenzickzackzeun                           C. Gijs

De veldwachter                                                               K. Janssens

Vrouw Mittenbacher, een boerin                                     M. Truyen

Rodel, een boer                                                               J. Weyns

Schmidt, een boer                                                          F. Selen

Boerenmeisje                                                                  A. Bex

Boerenjongen                                                                  L. Cambré

Van Gansbergen, leerlinge van de tuchtschool                 M. Sels

Clara Fuchs, leerlinge van de tuchtschool                        M. Goyvaerts

 

Boeren en boerinnen, boerenknechten en meiden; Leerlingen der tuchtschool; dames en heeren,

Ballet.

 

9 maart opvoering door K.T. Opgang van “ Haar andere man “ regie: Nest Van Wesemael

 

Pasen en Tweede paasdag

Misviering op Paasdag.

Tweede paasdag Paasontbijt en Paasklokken voor de kinderen.

Meer dan 100 kinderen raapten eieren.

 

In mei bracht K.T. Opgang “ de Schutterskoning “ regie Antoon Mortelmans

 

25 mei om vier uur ’s morgens stapten 37 meisjes en 39 jongens van “Den Bond” onder de leiding van een nieuwe proost E.H. TOL naar Scherpenheuvel.

 

8 juni – SACRAMENTSPROCESSIE

Hiervoor werd er een speciaal uitnodigingskaartje bezorgd aan al de leden.

Het bestuur van Familia rekende op de aanwezigheid van haar leden in de hoogmis en de processie.

De commissarissen duidden de plaatsen aan in de processie.

De Sociale werkploeg schaarde zich rond de vlag van O.L. Vrouw, Crescendo en Symphonie droegen het beeld van St. Rochus en K.T. Opgang de vlag van het H. Sacrament. De andere leden, vrouwen en juffrouwen sloten aan bij de vlag van de K.A.V. en H. Hartbond; de mannen bij de vlag van de K.W.B.

 

29 juni – ZOMERUITSTAP naar MASSENHOVEN met de boeren tram

Zo begon de uitnodigingskaart:

Wij gaan voor ons plezier weer naar de buiten

Met Familia

Wij spelen en zingen en dansen en fluiten

Met Familia

Wij gaan naar…

MASSENHOVEN

Vertrek: 10 uur      terug thuis: 20 uur

Inschrijvingsrecht: 12,-FR    Wij zorgen voor koffie (gratis )

Voor deze uitstap waren er 140 deelnemers…

 

13 juli hield  “den Bond “ hier in Deurne een groot Modelkamp

Andere jeugdbewegingen werden uitgenodigd om hier een kijkje te komen nemen.

’s Avonds was er een reuze kampvuur met bonte nummers en zanguitvoeringen.

Tijdens het verlof werd er ook naar Holland getrokken.

 

20 juli met Familia naar de FRANSE GRENS

Deze uitstap werd voorbereid door de reisclub “ De Zwaluw “

De reisclub was een soort commissie binnen Familia die grotere reizen en uitstappen plande. Men kon hiervoor gedurende het jaar sparen.

De uitstap had als bestemming Dinant en de Franse grens.

De trip begon met een H. mis om 5 uur,gebeurde met de trein en om 11 uur ’s avonds was men terug in Antwerpen-Centraal.

 

27 en 28 juli VLAAMSE KERMIS

Familia met alle afdelingen hadden als verplichting tegenover de N.V. Familia, die het beheer en de uitbating van de lokalen waarnam, op zich genomen jaarlijks een Vlaamse Kermis of een feest te organiseren als hun bijdrage in de algemene kosten.

Uit het verslag bleek dat deze Vlaamse Kermis  “één uit de duizend “ was.

Een succes zonder weerga…

De bruto ontvangsten bedroegen toen 75010,60 Fr.

 

10 augustus uitstap naar het hof van Baron Legrelle te REET

120 deelnemers…

 

13 augustus gezellig samenzijn voor de medewerkers aan de Vlaamse kermis

Er werden wafels aangeboden ( twee per man ) met koffie.

Er waren 80 medewerkers !

 

13, 14 en 15 september EERSTE HANDELSFOOR in Familia

Zo leerde men de neringdoeners uit de eigen omgeving kennen met de bedoeling van bij hen te kopen, goed te kopen en daarvoor niet naar de stad te moeten.

25 neringdoeners toverden de feestzaal om in een expositieruimte.

Meer dan 2000 personen bezochten de handelsfoor.

 

28 september behaalde  “ De Witte Muur “ een reuze succes op de CHIROMALE

 

30 oktober  Jaarvergadering van Familia

Jaarverslag over de werking. Kasverslag. Jaarverslag over de werking van elk van de onderafdelingen. Verkiezing van voorzitter en 6 leden van de Middenraad.

Jos Goovaerts, werd voorzitter gekozen

De dames De Bosscher, Van Kessel en de heren John smits, Jos Geeraerts,

Pol Wené, Staf Verdonck, Frans Baeyens, Miel Cambré, Jos De Meyer,

Louis Van Doren, Gust Van Sanden en Denis Bellens vormden de Middenraad.

 

9 november – Familia nodigde het REIZEND VOLKSTHEATER uit.

” De Gecroonde Leersse “, was een pittig lachsucces.

 

Het Reizend Volkstheater was toen verheven tot Nationaal Toneel afdeling K.N.S.

 

16 november 10 uur Sint-Rochuskerk

20 jaar Symphonie Sint-Rochus

Uitvoering samen met Zangkring Crescendo van de “Missa in honorem Sancti Pauli van Clement D’Hooghe

De componist die zelf de mis bijwoonde was vol lof over de uitvoering.

 

23 november

Jubileumconcert 20 jaar Symphonie Sint-Rochus

Uitvoering samen met zangkring Crescendo

Het programma was niet min, een klein overzicht.

Orkest en koor voerden samen uit:

Koor der Zigeuners uit “ Il Trovatori “ van Verdi, koor der Landlieden uit

” Cavaleria Rusticana “ van Mascagni en Mars der Edelen uit “ Tannhaüser “

van Wagner.

Symphonie voerde verder nog werken uit van Weber, Schubert, Mozart, Massenet, Grieg, Blockx en van beethoven.

Algemene leiding : Miel Cambré

Iedereen was vol lof over de kwaliteit van dit concert.

 

13 en 14 december opvoeringen door K.T. Opgang

“Carnaval de Venise “ van Kees Spiering

 

26 december – Tweede Kerstdag kerstfeest voor de kinderen.

155 kinderen waren aanwezig en zorgden zelf voor de stemming door zang en voordracht.

 

Dit was 1947…..

Men bereikte met Familia dat jaar gezinnen die ongeveer 1100 personen groepeerden.

Voor het aankondigen van de festiviteiten verspreidde Familia een

Programmaboekje met publiciteit dat op 2500 exemplaren verspreid werd.

 

Moet er geen zand zijn… ! ?

Ward Wené, maart 2009.

Bronnen parochiearchief, verslagboek vergaderingen Middenraad Familia.

 

 

NA DE ERFGOEDDAG VAN 26 APRIL 2009.

 

Met 35 deelnemers in de provincie Antwerpen hebben we het thema vriendschap belicht.

 

Er waren vijf deelthema’s:

Vrienden van het erfgoed

Kunstzinnige vrienden

Spirituele vrienden

Verenigde vrienden

‘Vrolijke’ vrienden

 

Mensen zoeken vaak in groep naar de zin van hun zijn. Vriendschappen bloeien in alle mogelijke verenigingen. Inderdaad iedereen is op een of andere manier bevriend met het verleden, en maakt op minstens één manier deel uit van een erfgoedgemeenschap. Of het nu gaat om verhalen, dingen die men samen verwezenlijkt heeft, voorwerpen of gebouwen, velen zijn toch geïnteresseerd.

 

Fons heeft ons op sleeptouw genomen, ons ingeschreven, fijn dat we als parochiegemeenschap hebben meegedaan. Het is toch tof dat er altijd toch weer vrijwilligers gevonden worden om er iets van te maken. En met de beperkte voorbereidingstijd voor ogen en een enorm aantal activiteiten op die dag was het zeker de moeite. Bedankt allemaal hiervoor.

 

Het stond ook mooi beschreven hoe dat wij het zagen in de Erfgoedbrochure over onze kerk:

Voor veel mensen is de kerk een ontmoetingsplaats van de gemeenschap.

Bij veel gebeurtenissen, zoals de weekendviering, het doopsel, de eerste communie, het vormsel en begrafenissen vinden ze hier steun en bemoediging bij elkaar. Tijdens de rondleiding wordt uitleg gegeven over de werking in de parochie.  

 

In de kerk bleek weer eens de interesse van veel mensen voor het verleden. Foto’s van vroeger kijken blijft boeiend. Ook voor onze Guldenboeken was er weer veel belangstelling. Wij zien graag terug naar vroeger, maar dan moeten wij er zelf ook voor zorgen dat wij voor materiaal van nu zorgen voor diegenen die na ons komen.

 

Met de Guldenboeken van Sint-Rochus werd gestart in 1988

Pastoor Fons Houtmeyers begon er mee het eerste jaar dat hij op onze parochie was.

Alles wat mensen samenbrengt staat er in opgenomen, willekeurig door elkaar,

onvolledig zoals dat bij mensen gaat. Geboorteaankondigingen, dopen, huwelijksaankondigingen, doodsprentjes, activiteiten van verenigingen, alles komt voor, aangevuld met massa’s foto’s.

Ik dacht, misschien is het wel goed om ook hier eens even uit het boek te citeren…

 

En laat ons maar van voor af aan beginnen, de jaren 1988-1989. Ruim twintig jaar geleden…

De eerste opgenomen activiteit was:

De Herfstfeesten van 1988

Heel wat mensen schreven in het boek hoe goed en gezellig ze het vonden op de feesten. Ze waren dan ook een zeer groot succes.

Willekeurig koos ik deze getuigenis:

“‘k heb hard gewerkt, en veel verkocht, maar het loont de moeite”, José (van de kiekens en de eieren).

 

Een greep uit de activiteiten van toen:

 

Jonger dan je denkt  - KBG

Kaartprijskamp  “Boomke Wies”

Poppenkast – kramen en springkasteel

Estafetteloop en volleybaltornooi

“Oscar reikt uit” door de jeugdorganisaties

“Café Chantant”

Restaurant – snackbar

Wenstube en bodega

 

Fons Hendrickx, toen coördinator schreef:

 

Oktoberfeesten 1988 zijn voorbij…

Maar er zal nog lang over nagekaart worden.

Het was prachtig, zowel de weersomstandigheden als de samenwerking.

Hiermede dan ook mijn dank aan alle medewerkers,

aan alle deelnemers en diegenen die ons steunden.

De belevenissen en gans het opzet van de oktoberfeesten moet een stimulans zijn voor de toekomst.

 

Met misschien toch wel enige nostalgie met enkele wist-je-datjes:

dat er meer dan 1000 uitnodigingen verzonden of aan huis besteld werden.

4500 brochures in de brievenbussen werden gedeponeerd.

Er ruim 425 personen het restaurant bezochten.

Er 220 kinderen naar de poppenkast keken.

Er 135 gekleurde tekeningen toekwamen.

Er 60 deelnemers aan de kaartwedstrijd waren.

Er ruim 200 aanwezigen waren op de jeugdavond.

Er 175 adverteerders waren in de brochure.

Er 24 sponsors – adverteerders waren voor diverse activiteiten.

Er 120 deelnemers waren aan de estafetteloop.

Er 8 ploegen meededen aan het volleybaltornooi.

Er 126 gepensioneerden deelnamen aan hun namiddag.

Er 162 kippen en 972 eieren verkocht werden in José ’s kippentombola.

Er 1150 broodjes en sandwiches verbruikt werden.

De ballonnen van de ballonwedstrijd bijna allemaal in zee gevallen zijn.

Er meer dan 1000 koffies geschonken werden.

Er 22 vaten bier geledigd werden, om niet te spreken van de 1250 flesjes bier en de 2000 frisdranken.

Moet er geen zand zijn ! ?

 

En dan iets helemaal anders 

Even ook een tekst citeren van op een begrafenisprentje daterend van ongeveer dezelfde periode:

Charly Sax, Muzikant – Artiest, Is zijn laatste contract hierboven gaan vervullen.

 

In november 1988 had de kikker bij Atelier Teater zes poten.

 

Op 9 november had een etentje plaats ten voordele van nieuwe rode coco – matten in onze kerk.

De matten werden op 3 december onder de stoelen gelegd als versiering maar vooral voor de warme voeten.

 

11 december had in het Sint–Rochusinstituut een Rommelmarkt plaats ingericht door de jongens en meisjes van het vijfde en zesde studiejaar.

 

Uit de krant van 13 december:

Gisteren besliste het Antwerpse Schepencollege het kerkplein voor de Sint – Rochuskerk opnieuw aan te leggen.

 

’s Maandags kuisten  “kabouterkes” de kerk.

Op 14 december kwamen ze samen om te feesten.

Ze aten de frikadellen van Jeanne.. ? in het vernieuwde zaaltje van Familia dat zij als eerste groep inhuldigden.

Een overzicht van niet de “zeven dwergen” maar de “22 kabouters”.

Amandine De Gent

, Fons Neyens, Wardje en Julia Thuysmans,

Josephina Neyens, Henriette Engels, Netty Lathouwers,

Christine en Liesbeth Van Baarle, Marc Van Steenwinckel,

Urbain Anseel, Joris, Ive en Mieke Siebers,

Jeanne Gijsen, Paula en Julia De Smedt, Jeanne Daems,

Gusta Janssens, Lucie Rommens, Jan Henkens,

Fons Houtmeyers.

 

Op 16 december had het jubileumconcert van den TIB plaats in de kerk.

Enkele grepen uit het programma:

Gloria RV 589 van A. Vivaldi

Winter uit de Vier Jaargetijden van A. Vivaldi

Kerstconcerto van Corelli.

Sound the trumpet van Purcell.

Ode voor de vrede van Beethoven.

Achteraf bekeken wel een programma dat er mocht zijn.

De samenstelling van het orkest heeft toen voor Eugène en mijzelf bloed, zweet en tranen gekost. Enkel bij de uitvoering was het compleet.

 

In 1988 hadden ook Preludiumconcerten van het Kerkkoor plaats.

De concerten 15 tot en met 26 werden tussen 4 januari en 4 december uitgevoerd.

 

Verder vinden we tussen deze activiteiten in ons boek doopkaartjes,begrafenisprentjes en huwelijksaankondigingen.

In 1988 huwden 24 koppels.

Fons doopte 91 kinderen.

En spijtig namen meer dan 70 mensen afscheid van ons.

 

1989

 werd op 7 januari feestelijk ingezet met het Nieuwjaarsconcert van de Kon. Symfonie Sint – Rochus.

 

Op 5 maart werd Jean – Pierre Buelens aangesteld tot deken van het dekenaat Deurne.

 

Op 17 maart overleed op tachtigjarige leeftijd Z.E.Hr. Leo Michielsen

Ere - Aalmoezenier van de kliniek O.L.Vr. Middelares.

 

Op 18 maart had er een zeer speciaal Chirobal plaats namelijk met een modeshow.

Chiro – Sorm – St. Rochus

In de zaal Eglantier te Berchem.

 

Op donderdag 30 april 1989 werd de doopvont vooraan in de kerk bij het altaar geplaatst. Op zondag 30 april werd het eerste kindje vooraan gedoopt.

 

Op 6 mei overleed op zeven en zeventigjarige leeftijd Dr. Gustaaf Van Herck

gekende huisdokter vanuit de Sint – Rochusstraat en jarenlang lid van onze Kerkfabriek.

 

Mei was wel een zeer speciale maand.   27 en 28 mei 1989

We lezen in het Guldenboek volgende tekst:

Onze parochie is gebaseerd op allerlei gebeurtenissen

waaronder het ontspringen van het leven

de verschillende beloftes die we mogen vervullen

om een zo waardig mogelijk

Katholiek leven te leiden.

Maar ook het afscheid nemen van het leven

speelt een belangrijke rol

om niet te spreken van de wekelijkse missen

alle activiteiten georganiseerd vanuit de parochie

en voor onze parochie…

Dit alles brengt ons samen tot

1OO jaar Sint – Rochusparochie

Maar over de viering hiervan gaan we uiteraard een speciaal artikel schrijven.

 

In juni was het weer feest!!!

Op zaterdag 24 juni nodigden we de familie Houtmeyers uit zonder dat Fons het wist op de vooravond van zijn Zilveren Priesterjubileum.

In Familia werd er een etentje aangeboden.

De pastorie werd versierd met vlaggetjes, vlaggen en lampjes.

 

Zondag 25 juni vierden we

Het Zilveren Priesterjubileum van onze Pastoor Fons Houtmeyers

Om 10 u was er een feestelijke misviering in onze kerk zoals steeds prachtig opgeluisterd door ons Kerkkoor.

Achteraan stond de kerk vol borden met honderden kaartjes met gelukwensen voor Fons. Hiervoor werd ook een grote actie gevoerd met vooral de vraag geen enkel kaartje naar de pastorie te sturen…

Na de mis was er een receptie in Familia.

 

Van 8 tot 14 juli ging een groep mensen van onze parochie op reis naar Lourdes.

 

Op 18 en 25 november bracht Atelier Teater De lege cel

Van René Swartenbroeckx.

 

Op 23 december werd Jan Jacobs Diaken gewijd

In de kapel van het Theologisch en Pastoraal Centrum van Antwerpen.

 

Laat ons positief eindigen. In 1989 huwden 26 koppels en werden er 97 kindjes gedoopt.

 

Grepen uit het Guldenboek van de  Sint – Rochusparochie met enige aanvulling.

 

Ward Wené, bij het begin van de maand mei 2009…

 

 

EEN DAGBLADARTIKEL VAN LANG GELEDEN…

 

“GOUDEN HUWELIJKSJUBILEUM TE DEURNE-ZUID”

 

(een foto met daaronder de tekst:”De jubilarissen bij het binnentreden der kerk” kan niet afgedrukt worden omdat de kwaliteit verloren is gegaan…)

 

Nadat Maandagavond en Dinsdagmorgen met de noodige salvoschoten uiting was gegeven aan de feestvreugde op ‘t Boterlaer, ging het Dinsdagvoormiddag  op feestelijke wijze naar St.-Rochuskerk toe.

De echtelingen Jan Van Looveren-Maria Peeters vierden hun 50-jarige echtverbintenis, en alhoewel de viering zonder uiterlijk vertoon zou geschieden en enkel in familiekring herdacht, kon een algemeene deelneming in de vreugde der familie Van Looveren niet achterwege blijven.

 

Heer Van Looveren is inderdaad voorzitter der kerkfabriek St.-Rochus en van de Hoveniersgilde. Niet minder dan 18 kinderen sproten uit den echt dezer brave lieden. Nog 9 zijn in leven en nu reeds verheugen de jubilarissen zich over het bezit van 39 kleinkinderen.  Kortom, een pracht van een familie.

Aan talrijke huizen wapperde de vlag als de stoet van 10 autos in de St.-Rochusstraat kwam gereden.

Voor de kerk werden de jubilarissen verwelkomd door de parochiale geestelijkheid en de leden der kerkfabriek de heeren Mees, De Chaffoy, De Ridder en Van den Haute.

Z.E.H. Holthof, pastoor der parochie, richtte hartelijke woorden van hulde tot de jubilarissen en hunne familieleden en verhoopte voor hen nog vele jaren van geluk en blijdschap, onder het gesternte van de hulp des Hemels. De 50 jaren die voorbijgingen waren niet steeds vol blijdschap, maar christelijke hoop en verduldigheid deed de zwaarste hinderpalen trotseeren.

Heer Jan Van Looveren die voor een paar weken nog een zware ziekte te doorwortelen had, is nu weer kloek te been en de talrijke menigte die den tempel Gods vulde, bewees voldoende hoe sympathiek de bevolking tegenover de familie Van Looveren staat.

De plechtige gezongen H. Jubelmis werd gecelebreerd door Z.E.H. Holthof, bijgestaan door de EE. HH. onderpastoors Van der Heyden, Aerts en Leysen.

De kerk was flink gevuld en de prachtige gezangen en orgelspel dongen ieders bewondering af.

Na den goddelijken dienst volgde een ontvangst op de pastorij. Opgemerkt werden vooral de kleine kinderen der familie die kleur en leven brachten bij deze plechtigheid.

Daarna werd de feestviering in familiekring voortgezet.

De Gazet sluit zich natuurlijk van harte aan bij de uitgesproken lofwoorden en voegt naast een hartelijk proficiat voor de echtelingen Van Looveren-Peeters, de beste wenschen voor een verder gelukkig leven. Nog vele jaren!

 

 

JUNI  -  PROCESSIEMAAND

 

Traditiegetrouw ging in juni ook de Sacramentsprocessie uit.

Al de verenigingen en de scholen gingen er in mee.

Pastoor Holthof had tijdens Wereldoorlog II de opdracht gegeven om van de processiekleren en kerkuniformen kleding te maken voor de kinderen van het kinderheil.

 

Na de oorlog werd  de traditie al gauw weer in eer hersteld.

In  1947 droegen de Hoveniersgilde, de Sociale Werkploeg en K.T. Opgang de drie processievanen.

 

Deze drie vanen hebben we nu met de erfgoeddag nog tentoongesteld in de kerk.

Deze vaandels dragen tijdens een processie met wat “wind” was geen bagatel.

Ze werden gedragen permanent door drie mannen, een de stok de andere twee elk aan een onderhoek.

 

Voor “60 jaar kerk” in 1952 werd de processie aangaande kleding en materiaal terug in het nieuw gestoken, na heel wat over en weer gepraat en het vinden van de nodige financiële steun.

 Pastoor Holthof was de stimulator.

 

De datum werd vastgesteld op 3 juli 1952.

Op de bewuste dag stond de nieuwe processie opgesteld.

Vooraan de baljuw met de standaard van Sint-Rochus.

Daarna volgden de rozenkrans en het Mariabeeld.

Vervolgens een groep gewijd aan Sint-Rochus en het reliekschrijn waarvan de acht heiligen werden uitgebeeld door K.T. Opgang.

De Eucharistische symbolen werden uitgebeeld.

De beelden uit de kerk werden meegedragen.

Ik herinner me ook nog een wit lam dat met zijn poot een vaandeltje vasthield.

Muzikaal was er de harmonie de Drie Koningen, de muziekkapel van de Bond en werden er aangepaste liederen gezongen.

Het Heilig sacrament besloot de processie.

 

De straten waar de processie voorbij kwam werden speciaal versierd.

Vlaggen aan de ramen, er konden zelfs speciale processievlaggen gehuurd worden.

Wit zand en bloemenblaadjes op de straat gestrooid.

Brandende kaarsen, Maria- of H. Hartbeelden op de vensterbanken.

Ook werd er soms op plaatsen onderweg een speciaal “rustaltaar” opgericht.

 

Het was die dag verschrikkelijk heet.

Vooral mensen met processiekleren aan voelden het zweet van hun rug lopen.

Misdienaarkledij  was toen ook verschrikkelijk warm en ik denk dat hetzelfde gold voor de kledij van de priesters.

 

Na twee straten hingen de kaarsen krom gebogen in de kandelaars.

 

Langs de weg liepen mensen met emmers water ter verfrissing van de processiegangers.

 

De dragers liepen in hemdsmouwen en alle lichamen dropen van het zweet.

 

Aan het rustaltaar bij het Adelbert Kennisplein zei pastoor Holthof laconiek:

“Doe met uw processie wat ge wilt, ik blijf hier zitten.”

 

Uiteindelijk bereikte de processie de Waterbaan en de Korte Sint-Rochusstraat

en toen… begon het te regenen… druppels als vijf frankstukken en die waren toen groter dan een euro nu.
Sindsdien is deze processie gekend onder de naam zweetprocessie.

 

Ward Wené.

 

 

LAAT ONS HET EENS OVER 1953 HEBBEN ....

 

20 september

Het veertigjarig priesterjubileum van Pastoor Holthof

Met een spetterend feest werd de geliefde jubilaris in de bloemetjes gezet.

Het krantenartikel schreef:

“… Op die achttien jaar heeft de gevierde zielenherder niet enkel de harten van zijn parochianen gewonnen, maar zelfs in de kringen van de niet- kerkgaanden aller achting veroverd door zijn minzame omgang en onder andere zijn bezoek aan de zieken, al dan niet gelovig…”

In de jubelmis zorgde Onderpastoor Van der Stighelen voor een driestemmige uitvoering van de mis van Van Durme en onderpastoor Van Dijck bracht het gelegenheidssermoen.

’s Avonds concerteerden Symphonie Sint- Rochus en Zangkring Crecendo.

Er waren toespraken en het Sint- Rochusspel werd opgevoerd.

Dit alles had plaats op de speelplaats van het Sint- Rochusinstituut.

Het geheel werd besloten met een vuurwerk afgestoken in de tuin van Terninck opzij achter de speelplaats gelegen. (later het basketterrein van de TIB)

 

Heeft er soms nog iemand foto’s van het SINT- ROCHUSSPEL?

Ik herinner me vaag als kind dat er zelfs paarden aan te pas kwamen?

Bestaat er nog een tekst van?

 

Oprichting van de voetbalclub STABELINO

Deze club was aangesloten bij het Vlaams Katholiek Sportverbond.

In de beginperiode was de familie Stabel heel actief in de ploeg.

Zo ontstond ook de naam.

Oorspronkelijk woonden zij ook onder de vleugels van Familia.

Later was café Rio op de hoek van de Stevenslei hun clublokaal.

Jaren speelden zij op een van de twee voetbalterreinen aan het Fortje.

( waar nu de Arenablokken staan)

Terreinen met meestal heel weinig gras, door vele liefhebbersploegen bespeeld en ook gans de week open voor de jeugd als speelterrein.

Dwars over het terrein van Stabelino liep zelfs een zandpadje voor voetgangers en fietsers die vanaf de Muggenberglei en omgeving naar de kerk kwamen.

Bij regen veel slijk en grote plassen water.

De kleedkamers in het ’t Fortje waren vrij primitief.

Vader Smets jaren actief in de Sociale Werkploeg van Familia ( ziekenkas) en zijn zoon hebben jaren in het bestuur het wel en het wee van de club gedeeld.

Later verhuisde de club naar het Ruggeveld waar ze naast hun voetbalveld ook een eigen kantine en clublokaal bouwden.

Nu speelt Stabelino nog steeds op deze plaats.

 

De Bond van de Gepensioneerden.

K.B.G

In het verslag van de jaarlijkse Algemene Vergadering van Familia van zaterdag 17 oktober 1953 lezen we:

 

“…In de loop van de maand maart 1953, werd een nieuwe afdeling gesticht, namelijk: Onze Oude Dag…“

 

De Bond van Christelijke Gepensioneerden Sint- Rochus Deurne leverde daar het volgende verslag af van het dienstjaar 1953.

 

“… Onze jonge vereniging: genaamd “ Bond der Christelijke gepensioneerden van Sint- Rochus, en aangesloten bij de overige parochies van Deurne en nog verder bij het gehele arrondissement van Antwerpen, die gestart is onder de goede werking van den Heer Honoré Van den Meersche onze algemene voorzitter van het gewest Deurne, den Heer Jos Ceulemans en uw dienaar Staf Verdonk, bekwam met onze eerste bijeenkomst een ware bijval.

Begonnen werd er dan op 25 februari 1953 met een algemene vergadering onder wie we aanstipten de aanwezigheid van onze algemene Proost Eerw. Heer Janssen van Sint- Fredegandus, onze Eerw. Heer Proost Van Dijck en de algemene voorzitter van het Arrondissement Antwerpen de heer Lode De Ley.

Zo zagen we een blijde opkomst van een dertigtal leden die ogenblikkelijk tot onze bond toetraden.

Sedertdien is ons ledental aangegroeid tot op heden 75 leden.

Elke week: woensdag vanaf 14 tot 18,30 uur wordt er hier gezellig gekaart in het café ons zo bereidwillig  ter beschikking gesteld door het N.V. Familia.

Op elke kaartdag wordt er een lekker kopje koffie opgeschonken en opgediend met een fijn dessertje er bij, ( dat smaakt wel tussen het kaarten in.)

Tussen in danken we Mevr. Cambré voor het kosteloze gebruik dat we mogen maken van de benodigdheden voor het opdienen van de koffie.

Zo hebben ook onze leden reeds enkele reizen mede kunnen maken eerstens naar de H. Bloedprocessie te Brugge met zo wat 325 leden, reis door het arrondissement ingericht aan de spotprijs van 85 Fr. Daarna werd er nog een gezellige waterreis ingericht waar zowat 960 leden mede gingen naar het Hollandse stadje Vlissingen: propagandareis die aan onze bondsleden maar 45 Fr.

aangerekend werd, dit alles ingericht door het Arrondissement Antwerpen.

Gewest Deurne bleef ook niet achteruit om zijn leden iets aan te bieden want enkele weken nadien namen we de start met 139 man om samen de mooie Antwerpse Kempen te doorkruisen gezeten in drie prachtige autobussen langs

Lier, Herentals, Kasterlee, Retie, Turnhout, Hoogstraten, Meerseldreef tot zelfs in Nederland en zo dan terug weg langs Rijkevorsel, Brecht, Westmalle tot we terug in Deurne aanlanden en dit alles aan de prijs van 50 Fr. Reis, koffie en drinkgeld voor de chauffeur inbegrepen.

Zo als ge gehoord hebt beste vrienden, leden van Familia, alles wordt door ons in het werk gesteld om onze brave gepensioneerden een gezellige en prettige oude dag te bezorgen;

Met deze sluiten wij onze uiteenzetting en kunnen niet nalaten onze hartelijke dank uit te drukken aan de heren van de Middenraad die onze afdeling zo moederlijk heeft ontvangen en al onze leden al de voordelen heeft verschaft die aan alle Familia- leden aangeboden wordt.

 

Beste dank voor de aandacht.

Verslaggever

Staf Verdonk

 

Zo startte K.B.G met veel succes en groeide uit tot een niet meer weg te denken vereniging in onze parochie.

De waaier aan activiteiten werd gedurende de jaren verder uitgebreid en regelmatig werden een aantal zaken aangepast aan de huidige tijd en zo noemt thans de vereniging OKRA. ( open – kristelijk- respectvol-actief ) trefpunt

55 +

Na zoveel ijver kon men dan ook in 2003 het VIJFTIG JARIG bestaan vieren.

Op 4 maart werden er toen bestuursverkiezingen gehouden.

Na vier jaar voorzitter moest Margriet Cambré vervangen worden.

Voor haar jarenlange toewijding, haar hartelijkheid en besluitvaardigheid en haar sociale inzet kreeg ze
heel terecht het gouden KBG – ereteken.

 

Joz. Van Hoof volgde haar toen op als voorzitter.

Maar ook de andere leden van het dagelijks bestuur klinken als een klok in onze parochiegemeenschap wegens hun jarenlange inzet in meer dan alleen maar KBG.

Roger Decneuvel, Clementine Embrechts, Amandine De Gent, Frans Krols

allemaal duiveltjes deed en doe al.

Zij werden in het Groot bestuur aangevuld door

Bakx Mariette, Bosschaert Josephine, Brabans Josée, Cambré Margriet,

 Huber Eliane, Vanhove Lode en Verduyckt Karel.

 

Op 4 mei was er een plechtige dankmis in onze kerk opgedragen door onze pastoor en proost Fons Houtmeyers en opgeluisterd door het kerkkoor.

Daarna was er een receptie in Familia.

 

Op 16 mei werd er een “LENTECONCERT” gratis aangeboden aan al de leden.

Hilde Bergé, sopraan , Roland Broux, gitaar, Lieve Mertens, piano,

Lars Piselé, bariton en Katelijne van der hallen, voordracht verzorgden dit concert. Erna van Tichel, presenteerde.

 

En sindsdien zijn er hier en daar uiteraard weer namen gewijzigd.

Komen en gaan, zo gaat het leven…

Maar de ijver en bezieling blijft even groot als in 1953

Laat het nog heel lang verder duren…

 

Bondslied

 

Eens wachten wij vol jonge hoop,

op al wat nog moest komen,

het leven nam zijn vrije loop,

een lange hoop vol dromen.

Veel jaren zijn voorbijgegaan

sinds wij, toen driemaal zeven,

de toekomst zagen opengaan

met al wat ze zou geven.

 

Maar een jaartje meer of minder

maakt een mensenhart niet oud,

want de jaren zijn geen hinder

als men van het leven houdt,

als men van het leven houdt.

 

Wij voelen met elkander mee

als oude trouwe vrienden,

als leden van de K.B.G.

Die ons elkaar deed vinden.

wij staan steeds voor elkander klaar,

dat geeft nog zin aan ’t leven,

en danken blij voor ieder jaar

dat ons hier wordt gegeven.

 

Werking voor soldaten MILAC

Reeds in 1950 was er een voorstel in de Middenraad van Familia in het raam van in ’t vooruitzicht gestelde nieuwe initiatieven door de Middenraad te nemen een voorstel van de Hr. Smits voor actie onder de soldaten.

Sommigen vonden het minder opportuun omdat er in onze onmiddellijke omgeving geen kazerne was.

Men voelde wel voor het inrichten van een voorlichtingsavond.

Uiteindelijk werd er praktisch overgegaan tot het opsturen van

“Het parochieblad “ naar de soldaten.

Adressen werden verzameld en de heren Lambrechts en Baeyens zorgden voor de verzending.

 

Alles sudderde een tijd aan want ook de Kerelsafdeling van de Jongensbond bekommerde zich om zijn soldaten.

Men wou dan ook geen werking naast elkaar.

Het bleef beperkt tot een activiteit van Familia van blaadjes en boeken sturen aan de soldaten op hun kosten.

 

Maar in 1953 werd MILAC feitelijk een volwaardige vereniging.

Er waren MILAC – avonden.

Het MILAC – Comité zorgde voor de organisatie.

Zij probeerden de belangstelling voor het soldatenwerk op te voeren.

 

Over hun verdere werking heb ik feitelijk geen informatie, misschien kan iemand mij helpen?

 

Tot slot een artikel uit de krant van 18 mei 1953: "UIT DEURNE"

Het “Familia” seizoen afgesloten

Huldiging van verdienstelijke werkers

 

Tijdens een welgelukte feestavond heeft “Familia” haar winterseizoen afgesloten in haar gewoon lokaal.

 

Het eerste gedeelte omvatte een prachtig Bel-Canto gedeelte,
verzorgd door de zangkring “Crescendo” in samenwerking met de “Symphonie Sint-Rochus”,
beiden onder de eminente leiding van dhr. Emiel Cambré.

 

Het waren bijzonder het Koor der Landlieden uit Cavaleria Rusticana en het luimige “O Pepita”
die werkelijk begeestering bij het publiek wisten te wekken,

terwijl anderzijds de Polovtiaanse dansen van Borodin wel iets onvast klonken.

In zijn geheel echter besloten de beide muziekverenigingen op waardige wijze een zeer verdienstelijk jaar.

 

K.T. Opgang eindigde dit drukke speeljaar met een uiterst verzorgde opvoering
van het fijn aandoenlijke spel van te lande “Zomeravond” van Gaston Martens.

 

Tussen de twee delen in hield dhr. Jos Goovaerts, voorzitter, een overzicht van een welgevuld “Familia- jaar”.

Hij dankte allen voor het welslagen van de voorbije hoogstaande en de intense culturele en sociale werking.

Als hoogtepunten mag “Familia” met voldaanheid terugblikken op de jubelviering ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van Symphonie Sint- Rochus, op het behalen van de eerste prijs door K.T. Opgang in het tornooi “Caritate”
en op de oprichting van de afdeling van de Christelijke Bond voor Gepensioneerden “Onze Oude Dag”.

Hij spoorde ten slotte alle onderafdelingen en alle leden aan om niet alleen de eigen prestaties maar ook deze der andere onderafdelingen met geestdrift te steunen tot verdere bloei van de zo mooie Familiavereniging.

 

Eerw. Heer Van Dijck sloot zich bij de algemene hulde aan maar had een bijzonder woord van lof voor dhrn. Pol Wené en Jaak Jacobs die zich gedurende 25 jaar als zeer verdienstelijke sociale werkers hebben doen gelden.

Beiden zijn gegroeid en opgeleid in de bloeiende K.A.J. beweging van toen en hebben onmiddellijk na hun huwelijk hun verantwoordelijkheid opgenomen in de volwassenenorganisaties die in die dagen door de bestendige toevloed van jong bloed tot brede bloei kwam, mede dank zij de ijver van beide verdienstelijke jubilarissen. Beiden brachten veel bij tot de bloei van de Christelijke Arbeidersbond en samen verzorgden ze geruime tijd de diensten der Volksspaarkas.

Na de oorlog was dhr. Wené opnieuw de werker van het eerste uur in de Christelijke Arbeidersbeweging terwijl dhr. Jacobs dadelijk zijn taak opnam in de Middenstandsorganisatie.

E.Hr. Van Dijck legt er de nadruk op dat deze huldiging niet werd op touw gezet om twee mensen in het licht der publieke belangstelling te plaatsen, maar om de aandacht te vestigen op het belang van de sociale actie die de basis is van een zedelijke, gelovige en gelukkige maatschappij.

 

Hierop worden de beide feestelingen door Z.E.Hr. Pastoor Holthof vereremerkt

met de onderscheiding “Pro Ecclesia en Pontifice” terwijl hij doet opmerken dat andere onderscheidingen gewoonlijk aan het einde van een loopbaan worden toegekend, terwijl deze enkel en alleen bedoeld is om de verdiensten van de verkrijger te onderlijnen en geenszins een eindpunt van activiteit mogen betekenen.

Ook de dames der beide verdienstelijke mannen worden in de hulde betrokken,

Rosalie Verhaert en Josephine Schrijvers, en beiden worden met een kleurige bloemengarve bedacht.

 

Ward Wené, 30 mei 2009

( met heel veel respect voor het sociale werk van mijn ouders )

 

 

1989 – 100 JAAR SINT - ROCHUSPAROCHIE

 

“Want moest je ’t nog niet weten,

Sint- Rochus is al 100 jaar.

Dat kun je niet zomaar vergeten,

Dus zijn we hier bij elkaar.”

 

Viering 100 jaar hoe het allemaal begon…

 

Er werd al lang op voorhand over gepraat.

100 jaar dat konden we toch zomaar niet laten voorbijgaan.

Dat moest toch iets speciaal worden, iets Sint- Rochus waardig.

Overal ontstonden er ideeën, het een soms al straffer dan het andere,het hing dikwijls ook af van de plaats en het tijdstip dat ze tot stand kwamen.

Om het dan uiteindelijk toch allemaal een beetje in een structuur te gieten vroeg Fons Eugenè Hendrickx en mezelf om al die ideeën te coördineren.

 

Onze historiek te boek stellen

 

Al heel snel was er het idee om onze geschiedenis van 100 jaar te boek te stellen.

 

Feitelijk dateerde het laatst geschreven boek over de parochie van 1 december 1956 geschreven door J. Proost.

Het bescheiden werkje, eenvoudig opgesteld, had tot doel de inwoners het ontstaan en de groei van de parochie te doen kennen en een overzicht te geven van de verdwenen en toen nog bestaande instellingen.

 

Dus een nieuw en aangepast werk was in feite geen luxe.

Zelf ervaar ik nu ook hoe moeilijk geschiedenis schrijven is, zeker zonder fouten, dat is praktisch onmogelijk.

 

Dat vonden de schrijvers van toen ook en zij verontschuldigden zich dan ook al bij het begin voor eventuele fouten of tekorten.

Zij vonden het ook een titanenwerk om uit al het gekregen materiaal van mensen een ordelijk werk te creëren.

Maar daar zijn ze wel in geslaagd.

Er ontstond een boek van 110 bladzijden.

 

Er werd niet helemaal volgens chronologische orde gewerkt.

Dit wou zeggen dat telkens er in de parochie een pastoor kwam, een beweging in het leven werd geroepen, en deze organisatie werd dan gevolgd tot in de jaren tachtig of even bleef men stilstaan bij de persoonlijkheid van de pastoor.

Soms werden verenigingen in een ruimer tijdskader geplaatst, omdat men dan beter de redenen zag van hun bestaan.

 

De samenstellers waren: Rita Ansar, Frans De Bie, Jo Geeraerts,

 Fons Houtmeyers, Jan Jacobs, André Vandenbunder en André Van Dijck.

 

Dhr. F. Peeters en Mevr. M. Peeters leenden de foto’s.

Men mocht gebruik maken van de computer van het Sint- Rochusinstituut.

DHr. W. Davids zorgde voor een groot deel van het drukwerk en Dhr. H. Calluy voor de grafische verzorging van de cover.

 

Een tekening van kerk en pastorie

 

Dhr. Jef Smeyers maakte een zeer gesmaakte tekening van kerk en pastorie.

Al gauw ontstond het idee om er een aantal afdrukken van te maken,

ze in te kaderen en ze aan de man te brengen.

 

De tekening werd ook gebruikt op de affiches voor het aankondigen van de activiteiten.

 

Het weekend van 27 en 28 mei 1989

 

Het programma van het feestweekend zag er als volgt uit:

 

Zaterdag 27 mei:

 

Van 11 tot 21 uur was er een tentoonstelling in de kerk over 100 jaar parochie.

 

Om 14 en 20 uur waren er voorstellingen in Familia van

“Sint- Rochus de jonge eeuweling”

Een historische evocatie in woord en beeld.

 

Zondag 28 mei:

 

Van 9u15 tot 19u30 was er weer de tentoonstelling in de kerk.

Om 10 uur was er een jubelviering in de kerk.

Om 11u30 een receptie in Familia opgeluisterd door de Kon. Symfonie Sint- Rochus.

Om 20 uur een concert in Familia door de Kon. Harmonie “ de Drij Koningen”

Om 21u30 wandelconcert met optocht met kaarsjes en lampions naar de plaats van het vuurwerk.

Om 22u30 vuurwerk aan de Dascottelei – Schoggestraat.

 

Tentoonstelling 100 jaar parochie

 

In de kerk had een indrukwekkende tentoonstelling plaats over 100 jaar parochie.

Paul Swerts en zijn ploeg hadden er heel hard aan gewerkt.

Maar het resultaat mocht dan ook gezien worden.

Iedereen was vol lof.

Men stond ook verstomd van onze eigen “kerkschatten” en gewaden.

 

Voorstellingen van “ De Jonge Eeuweling “

 

Toneel, muziek, zang en beelden voerden ons door honderd jaar parochie.

Louis Geefs zorgde voor het beeldmateriaal.

De vertolking gebeurde door: Roger Decneuvel, Jeanne De Lessine, Jules Cuynen,

Fons Neyens, José Pelckmans, Piet Verdonk, Jos Goyvaerts, Sabine Mahieu,

Erwin Van de Put, Jeanne Daems, Mariette Decneuvel, Jan Henkens, Jan Jacobs,

Stef Van Haperen, Fred Van Gestel en Johan Dobbels.

Guido Vranken zorgde voor de belichting en Frank Sas voor het geluid.

Joris Geefs en Eric Peeters hadden de algemene leiding.

 

Misviering in de kerk

 

Tijd nog moeite was er gespaard om van deze viering iets uniek te maken.

 

Er werd hard aan de teksten gewerkt.

 

Het koor onder leiding van Gina De Vleeschouwer zette zijn beste beentje voor.

Willem Van de Weerd bespeelde  het orgel.

Uniek was ook dat het koor begeleid werd door muzikanten van

Het Philharmonisch Orkest van Vlaanderen.

Het werd dan ook een unieke uitvoering van de Deutsche Messe van F. Schubert.

Ook de Jongerenkerk verleende zijn medewerking.

 

Bisschop Paul Van den Berghe ging voor samen met onze pastoor

Fons Houtmeyers, oud- pastoors Vicaris Raes en  Luc Van de Wouwer, oud

onder – pastoors Scheelen, Van Dijck, De Schrijver, Van der Stighelen

en Fred Sels en de paters Windey en Leroy.

 

Receptie

 

Op de receptie werd er al druk nagekaart over de voorbije activiteiten.

Opvallend was ook de aanwezigheid van vele oud – parochianen die voor de gelegenheid terug present waren.

Op de receptie werd het woord gevoerd door Louis De Ridder, voorzitter van de parochieraad, Schepen Jan De Vroe namens de stad Antwerpen en onze eigen pastoor Fons.

 

Concert

 

’S avonds was er nog een concert in Familia door de Kon. Harmonie “De Drij Koningen”

 

Wandelconcert en optocht

 

Om 21u30 trokken we met zijn allen, de harmonie op kop, door de parochie naar de plaats van het vuurwerk.

We hadden gevraagd om kaarsjes en lampions mee te brengen.

Ik weet nog dat dit idee vooraf veel twijfels opriep.

Wie gaat nu mee achter die harmonie lopen?

Maar ik denk dat door de euforie die dagen gegroeid was op de duur alles kon.

 

Er was zo’n geweldige sfeer, dus liepen we met honderden achter de harmonie.

 

Vuurwerk

 

Om 22u30 kreeg dit fantastische weekend een passend slot.

De gebr. Hendrickx boden ons een schitterend vuurwerk aan.

En daarna werd er in Familia bij pot en pint nog nagepraat.

Over een ding was iedereen het eens, dat het een weekend was om nooit te vergeten.

 

Guldenboek bij 100 jaar parochie

 

Natuurlijk werd er heel wat in het boek geschreven, ik koos er enkele fragmenten uit:

 

Onze parochie is gebaseerd op allerlei gebeurtenissen, waaronder het ontspringen van het leven, de verschillende beloftes die we mogen vervullen om een zo waardig mogelijk katholiek leven te leiden. Maar ook het afscheid nemen van het leven speelt een belangrijke rol. Om niet te spreken over de wekelijkse missen, alle activiteiten georganiseerd vanuit onze parochie en voor onze parochie… dit alles brengt ons samen tot 100 jaren Sint – Rochus.

En dat laten wij niet zomaar voorbij gaan !!!

 

Een parochie die honderd jaar wordt dat moet inderdaad gevierd worden!

Maar een parochie die na 100 jaar nog zo levendig is als onze parochie, dat is pas een hele prestatie!

Proficiat aan iedereen die hieraan meewerkte!

Xavier Criel

 

Nog jong van hart… een “oud- madeliefje”

Mariette Bervoets

 

Herinneringen aan vele schone dagen en goede vrienden.

VanderStighelen  1946 – 1957

 

Aan mijn doopkerk

Proficiat

Emil Beldé  1927

 

Minneke D’eer blij en gelukkig om samen met Pros Heylen en Paul Scheelen de eerste moeilijke bouwsteentjes van de vormselcatechese gelegd te hebben ten jare 1961.

 

Een pracht weekend!

Laten we trots zijn op onze Sint- Rochusparochie!

J. Geefs

 

Fantastische tentoonstelling, Paul, ik zou bijna zeggen, beter dan “Info Hobby”

Proficiat

Eric

 

Een parochie om van te houden 100 jaar en nog vele, vele jaren

J. Schrijvers

 

Veel is niet meer wat het was,

oude waarden zijn verloren gegaan.

Heer,geef ons de kracht om uit de tijd nieuwe waarden te (her)ontdekken

U.

 

Als kleindochter en achterkleindochters van de Suisse.

Dank

Rita, Sofie en Annick

 

Van mijn 16 jaar

              80 + Sint- Rochus forever

Jo Geeraerts

 

In deze kerk gedoopt in 1933, eerste communie 1940, plechtige communie 1946,

huwelijk 1957, viering zilveren jubileum 1982.

Julien Blomme: Waterbaan 86

 

Alles wat er gebeurde rond de viering van “ 100 jaar parochie “

was voor mij een openbaring.

De inzet en het enthousiasme van zovele mensen, de competentie

en de ‘ doorzet ‘ waren formidabel!

Dank je wel

Fons.

 

Maar wie dacht dat het toen gedaan was…

 

Je moet pas echt gek zijn wanneer je het in je ‘kop’ haalt om een schaalmodel van je kerk in WC – rolletjes te bouwen. ( onder WC – rolletjes verstond men het bruin kartonnen rolletje leeggoed van de opgebruikte rol)

 

Zo ontstond er een groeiende kennis in de braakliggende wetenschap van de

“ Rol-ologie”

Namelijk alle WC-rolletjes hebben niet dezelfde doormeter?!

 

Regelmatig werd er getwijfeld aan de haalbaarheid van het project.

Wie bouwt er nu zo’n kerk in de “echte” kerk?

Maar één man twijfelde nooit

Lucien Mahieu

die zich gedurende verschillende weken aan het tekenen en meten zette.

Een stapel papier van 10 cm dik en een schaalmodel van 9m hoog waren het resultaat.

 

Eerste taak was toen het verzamelen van het basismateriaal.

Hierbij hielp werkelijk iedereen: scholen,verenigingen, vrienden en kennissen..

Rolletjes werden aangevoerd uit alle streken van het land, op sommigen werden zelfs handtekeningen, data’s en plaatsen van herkomst geschreven. Dit alles in de ijdele hoop om in de grote massa dat ene rolletje terug te vinden.

 

Vele uren werden de rolletjes gesorteerd volgens diameter.

Daarna werden ze samen geniet tot bouwstenen die over het houten geraamte van de kerk pasten.

De bouwstenen werden genummerd volgens: de muur, volgorde binnen de muur en de laag waartoe ze behoorden.

 

Het resultaat was een schaalmodel met een breedte van 6,6m, een lengte van 9,9m en een hoogte van 9m.

Langs de dwarsbeuken kon men binnen en buiten wandelen in het model, het bewandelbare gedeelte had een hoogte van 2,5m.

Men kon ook rond het model wandelen.

Verschillende miniaturen zoals biechtstoelen en altaren waren het werk van Fons Peeters.De glasramen kregen kleur en vorm door Jef Smeyers en Piet Verdonk.

Voor het houtwerk stonden Urbain Anseel en Gust Wuyts borg.

Samen met Lucien Mahieu en Piet Verdonk waren zij de mensen die de technische realisatie voor hun rekening namen.

 

Heel het project werd geweldig ondersteund door Eric Peeters die zorgde voor sponsors en public-relations. De pers werd opgetrommeld.

December was het allemaal klaar en begon een ongelooflijk succesverhaal.

Artikels in alle kranten, interesse van radio en televisie en ongelooflijk veel bezoekers.

10500 mensen bezochten de ROLLETJESKERK die was opgebouwd uit 79876

WC-rolletjes.

 

Het initiatief bracht ook nog eens 250000,Fr op voor herstellingswerken aan de “echte “ kerk.

 

Eric Peeters, Lucien Mahieu, Stefaan Van Haperen, Jan Jacobs,

Piet Verdonk, Gust Wuyts, Urbain Anseel, Joris en Louis Geefs, Fons en Rita Peeters, Jef Smeyers, Roger Decneuvel, Jan en Rudi Peeters,

Stan en Guido Vranken, Fons Neyens, Dirk Puylaert, Xavier Criel,

Mia en Sabine Mahieu…staken hier ongelooflijk veel vrije tijd in volledig gratis.

In de hoop niemand vergeten te zijn, anders wil ik mij hiervoor zeker verontschuldigen.

 

Deze informatie haalde ik praktisch allemaal uit de brochure bij de ROLLETJESKERK.

Ik wil dit artikel dan ook graag eindigen met een een klein beetje aangepast fragment hieruit:

(ik hoop Eric dat ge dat mij niet kwalijk neemt)

 

Door de viering van 100 jaar parochie hebben vele mensen samen bewezen dat in een parochie als Sint- Rochus niets onmogelijk is als we er allemaal samen in geloven.

De viering van 100 jaar Sint- Rochus zal altijd in ons hart blijven leven en daarom kon deze viering op geen mooiere manier afgesloten worden dan door zo’n crazy idee, zoals er in die 100 jaren in onze parochie veel geweest zijn…

 

Ward Wené, onvergetelijk, met enorm respect voor al die medewerkers van toen, en ook met verdriet voor diegenen ervan die ons intussen reeds verlieten…

20 jaar later.

 

 

LATEN WE ONS EENS OP EEN AANTAL STATISTIEKEN EN GRAFIEKEN STORTEN ! ?

 

Hoe evolueerden gedurende de laatste veertig jaar het aantal doopsels, vormsels, huwelijken en begrafenissen in onze kerk?

Wat gebeurde er met het aantal kerkgangers gedurende de laatste vijftig jaar?

 

Doopsels

 

Er was een piek in 1971 met 182.

Er was wel een spectaculaire daling tot 1981 van 170 naar 76.

Dit was een daling met meer dan 50%.

Daarna was er terug een zachte stijging tot 1992 met 109.

Toen begon terug de daling naar 60 in 2001.

Daarna terug lichte stijging met sinds 2002 een zekere stabilisatie.

In het totaal is er op veertig jaar een daling van het aantal doopsels met 62%.

 

Vormsels

 

In 1973 waren er de meeste vormelingen 121.

Maar ook hier een geleidelijk dalende grafiek met in 2005 een dieptepunt met slechts 17 vormelingen.

Daarna terug een lichte stijging tot 36 in 2008.

In het totaal is er op veertig jaar een daling van het aantal vormelingen met 70%.

 

Huwelijken

 

Buiten een spectaculair laag aantal huwelijken van 6 in 1979 gebeurde voor de rest de daling geleidelijk aan.

In het totaal is er op veertig jaar een daling van het aantal huwelijken met 76%.

 

Begrafenissen

 

Hier is de daling relatief het kleinst.

Het grootste aantal begrafenissen hadden we in 1986 -  98.

In het totaal is er op veertig jaar een daling van het aantal begrafenissen  met 38%.

 

Kerkgangers

 

In vijftig jaren van 3000 kerkgangers per weekend naar 300…! ?

De jaren tussen 1960 en 1980 waren de grootste crisisjaren.

Het Tweede Vaticaans Concilie in de zestiger jaren heeft geen kering gebracht.

Op tien jaar tussen 1960 en 1970 daalde het aantal kerkgangers met meer dan 50%.

Ook tussen 1970 en 1980 was er een daling met meer dan 50%.

Tussen 1980 en 1990 verliep de vermindering geleidelijker aan.

Tussen 1990 en 2000 was er echter weer een daling met 50%.

Tussen het jaar 2000 en 2008 trad er een zekere stabilisatie op.

 

Het aantal kerkgangers is dus in vijftig jaren met 90% verminderd ! ?

 

Dit zijn cijfers waar je toch wel even stil bij wordt.

 

Ward Wené

Half augustus 2009.

 

 

MET DE 40 STE HERFSTFEESTEN ACHTER DE RUG.......

LAAT ONS HET EENS OVER KERMISSEN EN FEESTEN HEBBEN ......

 

We kunnen gerust stellen dat wij gedurende de jaren dat onze parochie bestaat er lustig op los gefeest hebben. Die feesten dienden  voor de gezelligheid en om geld in het laatje te brengen van de verenigingen of de parochie. Want de verenigingen overleefden door het geld dat ze meestal zelf bij elkaar brachten.

 

Vlaamse kermissen werden er gehouden praktisch vanaf het ontstaan van onze parochie.

Reeds van in de beginperiode werd een groot deel van de opbrengsten van de kermissen gespendeerd aan de jongensschool en Familia.

 

De naam varieerde gedurende de jaren: Vlaamse kermis, Lentefeest, Tuin- of Hoffeest,

Zomerfeest, Oberbayernfeesten, Oktober- en Herfstfeesten.

 

De eerste Vlaamse kermissen hadden plaats in en om Familia.

Waar nu de vergaderlokalen zijn en het achterste gedeelte van de feestzaal was het toen nog een open ruimte. Naast en achter Familia stonden dan de kraampjes.

 

Speciaal om te vermelden was wel dat Jos De Meyer, toen ook een actieve figuur in de parochie, een zelf gemaakte paardenmolen bezat met houten paarden. Hij leverde ook de kraampjes.

 

De Tuin- of Hoffeesten gingen door in de hovingen van de familie Hendrickx.

Het eerste Tuinfeest volgens mijn gegevens in 1952.

 

Hier richtte ook Familia met wisselend succes zijn sluitingsbal van het seizoen in, gedurende  de jaren 1958,1959 en 1960. Uit het verslag blijkt dat het bal met het orkest “The Comets” op 23 mei 1959 verlies latend was.  Men vond het teveel werk om al het materiaal naar de tuin van de familie Hendrickx te brengen en daarom  richtte men vanaf 1954 terug in naast en achter Familia met Hoffeest als naam.

 

Vanaf het begin was het ook zo dat men de medewerking vroeg van alle verenigingen aan de kermissen. Zij hielden de kraampjes open zoals: ringenkraam, KAV een breikraam en pakjes voor de visvangst ( die werden ingepakt in krantenpapier en het vissen gebeurde in een groot zinken bad), loterijkraam, buskeskraam,teerlingenspel, “geld in ’t water smijten”, de chronometer ( ik weet niet wat dat feitelijk was),de spreuken ( de mannen kregen ze gratis voor die van de vrouwen moest betaald worden) ( dit snap ik ook niet!), voetballen door een autoband die met twee touwen was opgehangen tussen twee bomen, De Beuckelaerkraam, (? )  “U vraagt wij draaien “ met een ‘promotor’ en men verkocht ijsjes.

 

Vrij vroeg werd er dan ook reeds een gezellig samenzijn georganiseerd voor de medewerkers.

Op woensdag 13 augustus 1947 was er een voor de werkers. Tachtig rechthebbenden werden met een kaartje verwittigd om elk twee wafels met koffie te komen verorberen.

 

Op de Vlaamse kermis van 10 – 11 en 12 september 1949 was er een bezoek van wielrenner

Rik Van Steenbergen die stijlvol geïnterviewd werd door de Hr. Cleiren en aan wie bloemen werden aangeboden.

 

Inderdaad, men probeerde regelmatig aan deze feesten een speciale toets te geven.

In 1952 was er Louis Barette als conferencier. Zo was er een kleine rel op de vergadering van Familia omdat Stan Ockers, als wereldkampioen niet aanwezig was omdat men het te laat gevraagd had en daardoor anderen voor waren. ( 1952 )  Om dezelfde reden reed men naast wereldkampioen stayers

Dolf Verschueren. In dat jaar klaagde een genaamde Piet Verdonk aan dat er voor het praktische werk steeds zo weinig mensen en steeds dezelfde groep paraat stond. Waar hebben we dat nog gehoord ?

 

Een vriend van Piet Verdonk, Theo Van den Bosch een komiek trad ook regelmatig op.

En over die twee moeten we nog wat meer vertellen.

 

Piet Verdonk

 

Elektricien, alom gekend in de parochie en ver daar buiten. Specialist in de ‘voorlopige’ aansluitingen die dikwijls definitief bleken. Maar voor de parochie steeds aanspreekbaar en zeer actief in het verenigingsleven. Hij deed de belichting voor K.T. Opgang, achteraf mag ik wel zeggen op een ongelooflijke manier. Het hokje links boven het podium waar men nog niet in kon rechtstaan was zijn pleisterplaats, later in het gangetje daaronder, daar stonden levensgevaarlijke schuifweerstanden waaruit de vonken in de ‘gebure’ vlogen. Maar Piet was een lichtend voorbeeld!!!

Als optimist, humorist, eenvoudig, eerlijk, zorgzaam en hulpvaardig, maar ook als uitvinder en kunstenaar. Zijn uitvindingen zijn onvergetelijk.

Hij stond er dan ook mee op de Vlaamse kermis, ik herinner mij als kind nog een fiets die op water reed. Hij maakte wonderbaarlijke dingen van afgedankt elektrisch materiaal, radiolampen, draden, enz. Hij kon alles gebruiken. Hij decoreerde er de uitstalraam van de Atlasboekerij mee.

Later was hij vele jaren actief in de biljartclub. Hij was ook nog heel nauw betrokken bij de opbouw van de Rolletjeskerk.

Piet woonde in de Korte Sint-Rochusstraat, zoals u weet het straatje recht over de kerk.

Maar geen gewone straat!!!

 

In deze straat viel er altijd wat te beleven.

Er woonden en wonen nog steeds heel wat mensen die misschien niet altijd op het voorplan traden en treden maar toch heel wat betekenden en betekenen in onze parochie.

Vroeger was er op de beide hoeken van de straat aan de kerk een café.

Het ene werd opengehouden door de familie Rochus, bijna ongelooflijk recht over de kerk.

Andere figuranten, de familie Boone, Luce, heel actief in de Jongensbond, Albert Halvorsen eens scout altijd scout, Jules Cuynen veel inzet voor de gepensioneerden, Michel Beyaert,

pompier, bluste letterlijk en figuurlijk brandjes, was heel actief in de KWB.

Een kleine anekdote, men heeft eens getracht zelf het café op de hoek van de straat in brand te steken, dat doet men beter niet met Michel in de straat…

Jef Smeyers, duiveltje doet al, veel artistieke kwaliteiten, tekende onze kerk voor de viering van het honderdjarig bestaan, zeer sterk betrokken bij de restauratie van de beelden van de kerkstal en andere en alle mogelijke borden boven de ingang van de kerk.

De familie Soulliaert, iedereen speelde daar een instrument, zeer actief in de harmonie de Drij Koningen, ze hadden bijna een harmonie op zich zelf.

Stan Peeters, aannemer, Cdt van de brandweer , Maria Peeters, jarenlang bezielster van de boekerij en ondanks haar handicap een optimistische en levenslustige vrouw.

Fik Marissens en Rosa Peeters op vele gebieden actief in de parochie, hielden o.a. het gildenhuis open, actief in  kerkkoor, Crescendo en de Kerkfabriek, jarenlang secretaris op de pastorie.

Gust Wuyts, altijd tot helpen bereid, vormt met Jef Smeyers een fantastisch duo.

Rekken maken in de kerk, de kerststal plaatsen, altijd tot helpen bereid.

Gust is ook een groentenspecialist, de opbrengst van zijn tuin deelt hij ook met anderen in de straat.

Jos Goyvaerts en Yvonne Verschooren, komedianten maar positief bedoeld, beiden jaren actief in de toneelverenigingen en Jos nog altijd als biljarter.

De vieringen van de vijftigjarige huwelijksjubilea zijn onvergetelijk, de manier waarop de huizen van de jubilarissen en de andere huizen van de straat versierd werden is was fantastisch.

Mensen die door de straat liepen zeiden spontaan, wat moet het heerlijk zijn in zo’n straat te wonen!

En dat is ook zo, want op alle mogelijke manieren helpt men hier elkaar.

Ik ben dan ook zelf heel blij van in 1971 ook in dit straatje  te wonen, met excuses voor het chauvinisme.

 

Theo Van den Bosch

 

Piet Verdonk kende Theo heel goed.

Theo was vroeger diamantslijper.

Samen gingen ze ’s avonds optreden. Theo op de planken, Piet zorgde voor licht en geluid.

Ze hebben ze gans Vlaanderen rondgereisd tot aan de periode dat de televisie opkwam.

Theo Van den Bosch was in de jaren 1940 tot 1970 erg populair als komiek en gekend voor zijn sketches en als conferencier.

Hij trad op in revues, in enkele Antwerpse speelfilms,(sommigen van u weten allicht nog dat er een filmstudio was op de Herentalsebaan schuin over cinema Reo), en ook op televisie, ondermeer met Tony Corsari. Jarenlang was Suzy Marleen zijn tegenspeelster.

Meestal was Van den Bosch te zien als een lange slungel, met een te korte lange broek met smalle pijpen, een gedeukt hoedje, een veel te lange das en een getekend snorretje.

Hij vertelde grappen in het Antwerps dialect en met een uitgestreken gezicht.

Van den Bosch bedacht zichzelf met de term ‘Antwerps droogkomiek’.

Begin jaren ’80 borg Theo dassen en deukhoed op.

Daarnaast was Theo ook actief in onze parochie.

Hij trad ook geregeld op tijdens de Vlaamse kermissen.

Hij heeft ook  “ de stadsmuskes” opgericht.

Met die groep gaf hij jonge mensen de kans op te treden op bonte avonden en op de jaarlijkse grote revue.

De bonte avonden vonden plaats bij ‘moeder Buts’ een volkscafé op de Herentalsebaan.

De revues in ciné Reo op de Herentalsebaan, die was gelegen schuin over het straatje van Keteleer, vlak naast het voetbalveld van de Rochus.

 

Van 1962 tot en met 1969 gingen de Vlaamse kermissen door in het Sint- Rochusinstituut.

Van 1962 tot 1967 noemden ze Zomerfeest, met kraampjes op de speelplaats, zelfs eens een zelfgemaakt spookhuis onder het afdak op de speelplaats, restaurant en bodega in de turnzaal en ijssalon in de eetzaal.

De eerste jaren  waren de leden van de toneelkring Opgang ‘kelners’ in het restaurant.

Hierbij kunnen we het ook niet laten een andere figuur te belichten.

 

Marie Cambré

 

Jaren lang stond zij achter de toog in Familia.

Ik herinner me als kind nog dat zij bij ons thuis bij mijn vader kwam afrekenen.

Die deed de bestellingen bij de brouwer toen De Caluwé op de Herentalsebaan.

De gekende bieren van toen waren Kruger, Koninck , Dort en trappist van Westmalle.

Maar Marie was ook bekend als ‘kokkin’, zij verzorgde de spijzen op tal van parochiele eetfestijnen zoals mosselsoupers en het restaurant bij de Vlaamse kermissen.

Zij had ook in de parochie heel wat privé klanten bij plechtige communies of andere feesten.

Zij kwam toen dikwijls aan huis koken, dat was populair in die tijd.

 

Twee speciale jaren moeten we zeker even belichten.

In de jaren 1968 en 1969 werden er Oberbayernfeesten ingericht in een grote feesttent die opgesteld was op de speelplaats van de school. Er was plaats voor zeshonderd mensen.

De tent was helemaal versierd als een Brauhaus, met Beierse motieven. Twee avonden orkest en zondagmiddag restaurant in de tent.

Speciaal was ook dat adverteerders een plaat in Oberbayernstijl aangepast met een motief naar hun bedrijf konden laten schilderen, welke mee de tent dekoreerden.

Speciale bierpotten werden ontworpen en aan de man gebracht.

Chiro- leiders en leidsters dienden op in aangepaste klederdracht.

De Dirndls voor de meisjes werden door de mama’s zelf genaaid.

Gekende aangepaste orkesten zoals Ewald Froh, winnaars van de Gouden Bierpot 1967 en het

toen bekende Hummel – Bummel orkest traden op.

 

Ook begin jaren ’60 werd er op het pleintje achter Familia een grote tent opgebouwd voor de Vlaamse kermis.

Gekend coördinator voor de feesten in die tijd was Frans De Cock.

 

Vanaf 1970 verhuisde men terug naar Familia en begonnen de oktober en Herfstfeesten.

 

Dikwijls werd er beroep gedaan op gekende artiesten om de feesten op te luisteren.

Ik denk bijvoorbeeld aan de Strangers, Miek en Roel, Jo Lemaire en  De Kreuners.

Er waren sportmanifestaties; optreden van de turnkringen K.T. Amaryllis en Pax, volleybaltornooien, estafettelopen 4 x 800m (blokje rond),individuele loopwedstrijden voor kinderen.

Ook nu nog steeds staan er kraampjes.

Eten en drinken namen steeds een voorname plaats in.

 

Aan al deze feesten is enorm hard gewerkt door heel veel mensen.

Natuurlijk was het ook belangrijk dat duizenden mensen,gedurende al deze jaren deze feesten bezochten. Coördinatoren die we zeker moeten vermelden zijn Louis De Ridder, Fons Hendrickx, Frank Van Haerenborgh, Maria Van de Rydt en alle andere comité leden.

 

De Rubenscantate

 

Een speciaal muziekfeest dat volgens mij twee keer heeft plaatsgehad in Familia was de uitvoering door Symphonie Sint- Rochus en zangkring Crecendo van de Rubenscantate. Het is een gedicht van Julius de Geyter op muziek gezet door Peter Benoit in 1877. De eerste uitvoering ervan  had plaats op de Groenplaats. Het werd speciaal gecomponeerd voor de Rubensfeesten dat jaar in opdracht van het gemeentebestuur.  De figuur van Rubens was feitelijk maar een voorwendsel om de stad Antwerpen, en bij uitbreiding Vlaanderen te roemen. Het schrijven voor een openluchtuitvoering beïnvloedde concept en realisatie grondig. Een orkestbezetting met een uitgebreide blazerssectie, geen solisten, wel kinderstemmen en vierstemmig gemengd koor en zes Thebaanse trompetten.

Bij de uitvoering op de Groenplaats stonden deze boven op de kathedraal.

De Groenplaats was versierd met vlaggen en laurierkransen en met toortsen verlicht.

30000 mensen woonden opeengedrongen de voorstelling bij.

 

En zo’n werk werd tweemaal uitgevoerd in het ‘zaaltje’ van Familia ?!

Het podium eivol koor en muzikanten en ook de trappen links en rechts van het podium vol zangers.

Zoiets kon alleen met nog zo’n speciale parochiefiguur.

 

Miel Cambré

 

Manusje doe al in de parochie.

Eerst actief in de Jongensbond.

Dan dirigent van Symphonie Sint- Rochus en Zangkring Crecendo.

Een man met een ongelooflijke inzet.

Alle maan- en dinsdagen repetities.

Zette gedurende vele jaren voor amateurs zeer hoogstaande prestaties neer.

Geliefd in en buiten de parochie.

Verleende gedurende vele jaren zijn medewerking aan de organisatie van de Vlaamse kermis en was lid van de Kerkfabriek.

 

Gekend uit de Rubenscantate is zeker:

 

Liefste der zustren, die troont aan de Schelde,

Kunstkoninginne, wij allen zijn hier!

Neem onze kus, onze kronen en palmen;

Laat onze hulde de waereld doorgalmen:

Moeder van Rubens, op u zijn wij fier!

Zeg ons, o Zuster, die blikt uit den hoogen,

ver in het ruim, over landen en zee,

kwamen ook vreemden ter Schelde getogen,

brachten ook vreemden u lauweren mee?

 

En het slotlied door iedereen meegezongen:

 

Dan zal de beiaard spelen

van alle torentransen,

dan zal de grijsheid kweelen

dan zal de jonkheid dansen!

 

Dan spreidt elk land voor d’oogen

zijn vrijheid, kunst en zeden

daar zal elk volk op bogen

daar wordt het om aanbeden!

 

Achteraf is het ook moeilijk te begrijpen dat de eerste turnfeesten van de jongens turnkring

K.T. Pax in de zaal van Familia doorgingen.

Ik herinner me nog dat wij piramiden bouwden waarvan bij de bovenste jongen alleen zijn benen en zijn korte broek te zien waren in de zaal,’ de rest’ stak boven de scene.

Bij sprongen over de plint liep men aan uit het gangetje rechts naast het podium, de plint stond vooraan op het podium, de landing gebeurde in het gangetje aan de andere kant van het podium. Dan kon men langs de trap door de kelder onder het podium door en langs de andere trap terug op de startplaats komen voor een nieuwe sprong.

Er een touw gespannen werd van aan het plafond van het balkon van de zaal naar het podium.

Leo Sterckx, als oud-para, met een houten mik langs dat touw van boven in de zaal naar het podium naar beneden kwam.

Vertel dat nu met de huidige sportinfrastructuur maar eens aan uw kinderen…. 

  

 

Denk niet dat ik hier een volledig overzicht gegeven heb van alle feesten.

Elke vereniging hield en houdt er zijn eigen feestelijkheden op na.

Onmogelijk dit hier allemaal te vertellen.

 

En ik hoop dat er in onze parochie nog heel veel mag gefeest worden!!!

 

Gezondheid,  Ward Wené, 17 oktober 2009

 

 

IETS OVER DE PAROCHIERAAD 1968 - 2009...)

EN HET PAROCHIETEAM 1980 - 2009...)

 

Voordien bestond er reeds vanaf 1958 een “Parochiale Raad” die ook“ Parochieel Comité ” werd genoemd.

Deze Raden bestond uit mensen, afgevaardigd door de verschillende organisaties en kringen die in de parochie leefden. Het doel was coördinatie van de activiteiten; aanvankelijk werd om de drie maanden vergaderd; de laatste vergadering van de raad had plaats op 1 oktober 1965.

 

1968 was het jaar van de gespreksgroepen. Dit bleek het vertrekpunt, temeer daar het laatste gesprek ging over het “oprichten van een parochiale raad.”

Een algemene vergadering van de gespreksgroepen die zeer vruchtbaar was leidde tot de samenstelling van een zogenaamde denkgroep met een heel voorlopig karakter.

 

In oktober 1968 kwamen zij bijeen om de oprichting van een Parochieraad voor te bereiden.

Deze bestond ondermeer uit, Pastoor Luc Van de Wouwer, Onder-pastoors Mon Van Win en Fernand De Schrijver,Walter Bervoets, Dries Bombeke, Frans De Cock, Florent Croux, Hr.Haenen, Fons Hendrickx, Frans Janssens, René Kerstens, Denise Forneville, Frans De Bie en mevrouw Maes.

 

Driemaal werd er vergaderd, op 21 oktober, 4 november en 18 november.

Het Tweede Vaticaans Concilie had opnieuw, of althans beter, ontdekt dat de Kerk een levende gemeenschap van mensen is; dat de Kerk niet is de Paus met de bisschoppen en de priesters, maar heel het volk van God dat onderweg is naar de Vader.

Het begrip “lid van de Kerk” was al te zeer verwaterd…

Al te veel was men er aan gewend geraakt de Kerk te zien als een orgaan buiten en boven ons, dat allerlei verordende en waar wij ons naar te schikken hadden; in plaats van onszelf te zien als behorend tot de Kerk, als er deel van uitmakend. De Kerk dat zijn wij allen!

 

Vandaar dat de taak en de verantwoordelijkheid van de leek in de Kerk meer op het voorplan moest komen.

 

Men zocht naar een nieuwe vorm, waarin niet alleen afgevaardigden van de organisaties, maar ook parochianen die niet aangesloten waren bij een of andere kring, ook aan bod konden komen.

 

De Parochieraad moest representatief zijn voor de ganse parochiegemeenschap.

Daarom moest hij bestaan uit mannen en vrouwen, uit ouderen en jongeren, uit leken en geestelijken, uit mensen van de verschillende bevolkingslagen en wijken in de parochie.

 

Om dit trachten te verwezenlijken werd er besloten een brief met antwoordkaart te bezorgen aan al de parochianen tijdens de adventsperiode met een antwoordkaart.

 

Ik citeer hier even deze brief.

 

                                                                                               Advent 1968

 

Mevrouw, Juffrouw, Mijnheer,

 

Ook U gaat dit aan !

 

Onze wereld verandert bestendig, onder invloed van mensen die steeds een gelukkiger samenleving trachten uit te bouwen. Zo gaat het ook met onze parochiegemeenschap.

 

In onze tijd, waarin dialoog en medezeggenschap aanvaard worden als hulpmiddelen om elkaar beter te leren kennen en te waarderen, doen wij ook graag beroep op U. Wij sluiten niemand uit.

 

Om tot betere verstandhouding en doeltreffender samenwerken te komen, wenst de

 Sint – Rochusparochie een raad samen te stellen met als doel:

1)   Adviezen te verstrekken

2)   Hulp te bieden op sociaal niveau

3)   Materiële taken op zich te nemen in verband met het beheer van de parochie

4)   Een schakel te zijn tussen de parochianen en de geestelijkheid

 

U begrijpt dat deze raad slechts efficiënt kan werken zo hij kan rekenen op het advies, de steun en de medewerking van zoveel mogelijk mensen uit onze gemeenschap. Daarom doen wij beroep op eenieder in onze parochie die bereid is zich ten volle in te zetten.

 

Wij zijn zo vrij U hierin gesloten een vragenlijst te bezorgen die U gelieve in te vullen – zo U wenst in te gaan op onze uitnodiging – en dan zodra mogelijk terug te zenden.

 

Vergeet het niet: ook uw opinie is belangrijk en we stellen die op prijs!

 

 

Met de meeste hoogachting

 

De parochiegeestelijken en de kerngroep

 

139 personen beantwoordden de oproep.

Daarvan waren er 49 bereid deel te nemen aan een gesprek over het parochiële leven en wilden 22 meewerken aan de oprichting van een Parochieraad.

 

Dat gesprek over het parochiële leven had plaats op woensdag 12 februari 1969.

 

Hierop gaf pastoor Luc Van de Wouwer de volgende inleiding:

Ik citeer.

 

Alvorens het over het “parochiële leven” te kunnen hebben, meen ik er goed aan te doen enige begrippen min of meer vast te leggen.

 

De Kerk is een gemeenschap van mensen, die aanvaarden te leven volgens de normen van Christus, ( van het evangelie) om zo het Rijk Gods te verwezenlijken.

 

De parochie is dan , naast wereldgemeenschap, de lokale gemeenschap, als deel met het geheel verbonden.

Zij heeft een dubbele taak: tegenover God: eredienst (liturgie en privé) sacramenteel leven met als kern de eucharistieviering en ook een taak tegenover de mensen(in hun concrete noden), de strikte parochiegemeenschap, maar ook de anderen.

 

Het “ pastoraal beleid” zal erin bestaan het nodige tot stand te brengen om die dubbele taak te kunnen vervullen. Tot hiertoe  was dit praktisch helemaal in handen van de geestelijken.

Hier doet zich nu een ommekeer voor: onder invloed van een algemene tendens naar democratisering ( die zich ook in de kerk laat voelen) en tevens gebaseerd op theologische gronden ( de Concilie-dekreten .)

 

Zo wordt van priesters en leken een gezamenlijke pastorale bezorgdheid en inzet verwacht.

 

Dat vraagt een grondige mentaliteitsverandering:

Bij de priesters; dat zij het niet meer alleen voor het zeggen hebben en voor het doen.

Bij de leek; dat hij zich niet beperkt bij vast te stellen dat er niet veel initiatief zit in de priester; hij moet zich “creatief “ aan het werk zetten, solidair met de priesters.

De houding van de leek moet actief en medewerkend worden in plaats van passief en afwachtend.

 

Het gaat om een medeverantwoordelijkheid die als positieve opgave moet gezien worden.

( Alhoewel kritiek haar betekenis kan hebben en zelfs contestatie! )

Wij moeten ons op elkaar inspelen, vanwaar het initiatief ook komt, dat veronderstelt vooral vertrouwen in elkaar.

 

Die enkele beschouwingen liggen aan de basis van de Parochieraad.

 

En zo ging dan de Parochieraad van start.

 

Op de vergadering van 4 april 1977 werden de statuten goedgekeurd.

Buiten doelstelling en bevoegdheid, hierboven reeds uit de doeken gedaan, werd er ook bepaald hoe de samenstelling er moest uitzien.

 

De Parochieraad zal bestaan uit

de parochiepriesters

afgevaardigden van de werkgroepen, organisaties en verenigingen

afgevaardigden van de scholen

een afgevaardigde van de Kerkraad

mogelijke gecoöpteerde leden ( eventueel niet-georganiseerde)

Elke groepering duidt één effectief lid en één plaatsvervangend lid aan voor een periode van vier jaar, waarna de samenstelling dient herzien te worden. De jeugdgroeperingen mogen zich door twee effectieve leden laten vertegenwoordigen.

 

Om een vruchtbare werking mogelijk te maken, is het aantal leden te beperken tot maximum dertig.

 

En inderdaad tijdens de gloriejaren zat heel het bovenzaaltje naast Familia vol voor een vergadering van de Parochieraad.

Er was toen ook nog een bureau die de vergaderingen voorbereidde en bestond uit de voorzitter, ondervoorzitter, secretaris en drie raadsleden (een vrouw, een heer en een jongere)

De parochiepriesters maakten van rechtswege deel uit van het bureau.

 

 

René Kerstens, was de eerste voorzitter van de Parochieraad, hr. Janssens de eerste secretaris.

 

Mevrouw Lena Thoné – Lebeer volgde hem op.( 15 september 1975)

Meteen de eerste en laatste vrouwelijke voorzitter.

 

Zij werd opgevolgd door Louis De Ridder.

 

Daarna waren er verschillende voorzitters telkens voor kortere periodes.

De Parochieraad kende zoals alle verenigingen ups en downs.

Bureau en voorzitter vielen uiteindelijk weg en de laatste jaren zit onze pastoor Fons Houtmeyers zelf de vergaderingen voor.

 

In 1980 werd er gestart met een Parochieteam ( PT )

 

Het Parochieteam is een parochiale stuurgroep, waaraan door de bisschop deelname wordt toevertrouwd in de uitoefening van de pastorale zorg voor de parochie, onder leiding van de pastoor.

Zij dragen dus samen de verantwoordelijkheid voor alles wat een parochie aan zending en taken heeft, ten dienste van het gelovige leven van parochianen en van de wereld.

 

Het PT staat in voor het algemeen dagelijks beleid van de parochie en heeft de uiteindelijke beslissingsmacht. Daarbij dient het PT evenwel open en loyaal met de Parochieraad samen te werken, rekening te houden met de door de Parochieraad genomen basisopties en dient het zijn beslissingen – zeker deze van het algemene parochiebeleid – zoveel mogelijk samen met de Parochieraad te nemen.

 

“ Wij heten uw kerk, een volk onderweg

wij hebben geschiedenis,

een lang verleden van duisternis en licht.

Wij bidden U:

open voor ons een nieuwe toekomst,

roep ons weg uit al die rijkdom,

al die zekerheden waarin wij veilig gevangen zijn.

Maak ons liever arm en onveilig, ontheemd en vrij,

om weer opnieuw uw evangelie te verstaan

Uw zoon te volgen. “

 

( H. Oosterhuis, Bid om vrede )

 

Ward Wené  November 2009

 

 

DE AANGROEI VAN DE BEVOLKING WAS DE OORZAAK
VAN HET AFBROKKELEN VAN HET GRONDGEBIED
VAN ONZE PAROCHIE

 

Bij de stichting van onze parochie eind 1888 telde ze ongeveer 2500 inwoners.

In 1900 is dit aantal gestegen tot 3500.

Tien jaar later waren er reeds 7500.

 

In 1918 waren er in Deurne drie parochiekerken: Sint-Fredegandus, Sint- Rochus en het Heilig- Hart. ( Ruggeveld)

 

35 jaar lang besloeg de Sint –Rochusparochie geheel het grondgebied van Deurne-Zuid.

 

In 1924 wordt een eerste gedeelte afgescheurd voor het oprichten van de parochie van het 

Heilig Sacrament te Berchem – Groenenhoek die op dat ogenblik 2000 inwoners kende.

 

Vanaf 1928 begint een verder stelselmatig afbrokkelen van het uitgestrekte grondgebied van onze parochie.

 

Op 28 mei 1928 gaf de Kerkfabriek gunstig advies voor grondafstand van onze parochie voor de nieuw op te richten parochie van O.L. Vrouw van het Heilig Hart ( in de volksmond gekend als “de paterkes”. ) Deze werd opgericht bij Koninkrijk Besluit van 15 september 1928.

 

In september 1928 werd de parochie van de H. Drievuldigheid te Berchem opgericht.

Hierdoor verloor onze parochie 409 inwoners.

Toen bleven er nog 12876 inwoners over voor onze parochie.

 

In 1928 werd onze parochie ook nog voor een derde keer geamputeerd, ditmaal ten voordele van de parochie van de Heilige Jozef, die bij K.B. van 1 december 1928 werd opgericht.

De nieuwe parochie telde 1301 zielen en Sint-Rochus behield er 11255.

 

Met het K.B. van 29 september 1936 wordt de gebiedsomschrijving van de parochie van

O.L. Vrouw van het Heilig Hart met vier straten vergroot, opnieuw ten nadele van het grondgebied van onze parochie.

 

In de jaren ’50 telde onze parochie ongeveer 15000 inwoners.

Daarom werd er beslist een “missie” op drie plaatsen te houden in 1955.

De drie plaatsen waren onze kerk, op Silsburg in de kapel van de zusters en op de “Muggenberg” in een magazijn van potten en pannen.

Hieruit groeide dan het idee op twee plaatsen buiten de centrale kerk een bidplaats op te richten. De optie was toen om de Kerk zo dicht mogelijk bij de mensen te brengen.

 

Notaris Flor De Roeck was een van de grote bezielers en hij ging ook op zoek naar de geschikte gronden. Hij had een grote devotie voor de Eucharistie en O.L. Vrouw.

Daarom stelde hij als patroonheiligen voor Pius X die promotor was van de Eucharistie en Lodewijk van Montfort, de ijveraar voor godsvrucht tot onze Lieve Vrouw.

In 1960 werd de parochie van Pius X opgericht, eveneens de parochie van St. – Jan Berchmans in Borsbeek.

Bij het begin telde de Pius X parochie 3200 zielen.

 

Met het K.B. van 28 november 1963 werd de parochie van de H. Lodewijk van Montfort opgericht.

 

Zo kreeg onze parochie zijn huidige oppervlakte.

 

In 1976 was het grondgebied van Deurne over 15 parochies verdeeld.

Van drie ervan is de parochiekerk op het grondgebied van een andere gemeente gelegen.

O.L. Vrouw van het H. Hart – Borgerhout, Sint- Jan Berchmans – Borsbeek en

H. Drievuldigheid – Berchem.

 

Onze parochie wordt nu begrensd door 6 parochies en het park Ter Rivierenhof.

De parochies zijn:

in het oosten; H. Pius X,

in het zuiden; Sint- Jozef en Sint- Jan Berchmans,

in het westen; H. Lodewijk van Montfort, O.L. Vrouw van het H. Hart en

Sint Franciscus Xaverius.

 

Het district Deurne bestaat nu uit 12 parochies.

Elke parochie heeft nu nog steeds zijn eigen Kerkfabriek wat men nu in het dekreet voor de erediensten Kerkraad noemt.

Er is nu ook een Centraal Kerkbestuur voor Deurne het welke naar het stadsbestuur en het bestuur van de Vlaamse Gemeenschap de belangen van de Deurnese Kerkraden behartigt.

Het Centraal Kerkbestuur wordt verkozen door de leden van de Kerkraden van de verschillende parochies.

De Centrale Kerkraad van Deurne is samengesteld als volgt:

Pol Hendricx, afgevaardigde van de bisschop,

Ward Wené, voorzitter,

Jef De Meulenaere, secretaris,

Jef Mariën, Jan De Ceuster, Freddy Cockx, leden,

Bruno Bogaert, expert.

 

De twaalf parochies van Deurne die de Dekenij Deurne vormen zijn:

 

Deurne –Zuid:

 

Sint – Rochus:

kerk: Sint – Rochusstraat, pastorie: St. Rochusstraat 79

Pius X

kerk: Corneel Franckstraat, pastorie: Papegaailaan 16

H. Lodewijk van Montfort

kerk: de Sevillastraat, pastorie: de Sevillastraat 122

Sint – Jozef

kerk: Boekenberglei, pastorie: Boekenberglei 207

 

Deurne – Centrum:

 

Sint –Fredegandus:

kerk: Lakborslei, pastorie: Lakborslei 31

Sint – Paulus:

kerk: Jan Peetersstraat, pastorie: Lundenstraat 48

Sint – Rumoldus

Ter Rivierenlaan, pastorie: ter Rivierenlaan 92

Heilig – Hart

Schotensteenweg, pastorie: Schotensteenweg

 

Deurne – Noord:

 

Heilige Familie

Van Dornestraat, pastorie: Van Dornestraat 156

De Blijde Boodschap

R. Heylenstraat, pastorie: Tweemontstraat 224

O.L. Vr. van Altijddurende Bijstand

Merksemsteenweg, pastorie: Merksemsteenweg 30

Heilige Bernadette

Wim Saerensplein, pastorie: Twee Gezusterslaan 102.

 

Wij zijn het Centraal Kerkbestuur in Antwerpen dat uit de meeste Kerkraden  bestaat.

 

Ward Wené, januari 2010.

 

 

HET HEEFT WEL EENS GEBRAND IN ONZE PAROCHIE !

 

Op 8 februari 1932 hoorde onderpastoor Borghers wel een heel speciale biecht:

“Eerwaarde vader,” zei de biechteling “ er komt rook uit de sacristie !”

 

Hevige brand in de sacristie van de kerk !!!

 

Deze brand verwoestte een flink deel van de gewaden, boeken en kasten.

In die periode was Franciscus Coveliers pastoor.

In de tachtiger jaren, toen Luc Van de Wouwer onze pastoor was, hadden we nog een klein brandje in de inkomhal van de kerk te wijten aan met vuur spelende kinderen.

Verder was er de blijvende waakzaamheid bij alle  mogelijke brandende kaarsen in onze kerk.

 

Vuurzee in de Sint –Rochusstraat recht over onze kerk !!!

 

Woensdag 3 maart 2010

 

Die woensdag was er om 4u30 veel lawaai op straat.

Lawaai dat men eerst koppelde aan conflicten of vandalisme.

Daarvoor werd dan ook eerst de politie opgeroepen.

Maar al gauw bleek dat er iets anders aan de gang was.

Om 4u45 liepen dan brandmeldingen binnen, van verschillende mensen, ook van onze pastoor.

Fons had toen vanuit de pastorie brand gezien op de eerste verdieping van het gebouw op de hoek van de straat.  De brandweer kwam ter plaatse, via de ladderwagen haalde men drie personen van het dak, Korte tijd later stond gans het gebouw in lichtelaaie, vlammen uit alle ramen.

Mensen verwittigden mensen, belden aan, klopten op de deuren, werden geëvacueerd.

Brandweermannen vroegen hoeveel personen zich in het gebouw bevonden.

Toen het dak begaf, sloegen de vlammen als een reusachtige toorts de lucht in, tientallen meters hoog, in de omgeving een geweldige hitte ontwikkelend.

Om 5u viel een gedeelte van de elektriciteit uit in de Sint- Rochusstraat voor een groot deel van dag. Ook het uurwerk op onze toren ontregelde.

Gelukkig was het koud en praktisch windstil,waardoor de brand niet oversloeg naar aanliggende gebouwen, waaronder ook onze kerktoren. De toren in verband met brand misschien wel het kwetsbaarste deel van onze kerk.

 

Voor één persoon kwam de hulp te laat, hij overleed in het gebouw, dat totaal uitbrandde.

 

Maar naast de warmte van de brand voelde men in de omgeving nog een andere warmte,

deze van hulpvaardigheid, medeleven en bezorgdheid om elkaar.

 

De inzet van alle hulpdiensten; gemeentelijke en federale politie, brandweer, civiele bescherming, eerste hulp en parket, mensen van waterwerken en elektriciteit die heel efficiënt en professioneel hun taken vervulden maar ook heel vriendelijk waren voor de mensen.

 

Mensen bekommerden zich om elkaar, vroegen is die en die er ook, nodigden elkaar uit om binnen zich te warmen, iets te eten of te drinken, meer dan drie uur buiten in de vrieskou valt niet mee.

Er was slachtofferhulp, men kon naar de brandweerkazerne in de Waterbaan, maar de bezorgdheid om zijn woonst en bezit dreef mensen buiten te blijven en de ontwikkelingen op de voet te volgen.

 

Mensen boden elkaar hulp aan, ook om na de brand te komen helpen bij eventuele schade.

Men verkocht wafeltjes ten voordele van de slachtoffers van de brand.

Bij dit alles speelde afkomst, gezindheid, jong of oud geen enkele rol.

Het is toch prachtig dat mensen in zulke omstandigheden zondermeer elkaar vinden.

Is dat misschien toch God ontmoeten ?

 

Ook donderdag en vrijdag zinderde alles nog na, er werd op de straat nog veel over nagepraat.

Dat is natuurlijk ook een vorm van verwerken.

Mensen bezonnen zich ook over de veiligheid van de eigen woning.

Brandweermannen zegden dat men in zijn loopbaan zo maar één brand tegenkomt.

 

Ook wij bespraken naar aanleiding van de brand, op de kerkraad van donderdag 4 maart de veiligheidsvoorzieningen in onze kerk. Blij dat de kerk van schade gespaard bleef.

Als Kerkraad dragen wij de verantwoordelijkheid ons patrimonium in stand te houden en zo goed mogelijk te bewaren. Dat wordt ook van ons gevraagd door de vereniging van Kerkelijk erfgoed.

Ik citeer uit hun brochure:

 

“ Over het dwingend behoud van ons waardevol Kerkelijk Erfgoed bestaat roerende eensgezindheid.”

 

“ De hele gemeenschap heeft bijgedragen aan het tot stand komen van het patrimonium, de hele gemeenschap heeft derhalve de plicht om over zijn instandhouding te waken.”

 

“ Zelfs als de laatste gelovigen zouden afhaken, dan nog blijft het Kerkelijk Erfgoed een belangrijk onderdeel van onze culturele ‘roots’.”

 

Gelukkig werkten en werken wij hier reeds langer aan, onze bezorgdheid voor het in goede staat houden van ons patrimonium is zeer groot.

 

In de nabije toekomst zal ook de brandweer van Antwerpen op vraag van het stadsbestuur  een verslag maken aangaande de brandveiligheid van onze kerk.

 

Wij wachten hier echter niet op.

Wij maakten reeds voor ons zelf een risicoanalyse van onze kerk.

Risicoplekken aangaande brandveiligheid zijn:

De stookkelder van de kerk.

De gasverwarming van de weekkapel en de gasleidingen.

De sacristie met zijn houten vloer en  kasten, die veel gemakkelijk ontvlambare materialen bevatten zoals boeken en gewaden.

De elektrische installatie, maar hieraan is reeds veel gedaan, denk aan de recente vernieuwing van de kerkverlichting.

Onze kerktoren, heel veel houtwerk, houten vloeren, orgel heel kwetsbaar, denk aan de loden orgelpijpen.

Kortelings wordt gans de elektrische installatie van de kerk gekeurd.

 

We gaan nieuwe noodverlichting aanbrengen in de weekkapel, sacristie, kerkgebouw, inkomhallen van de kerk, torentrap en hoogzaal.

 

We gaan aangepaste veiligheidspictogrammen aanbrengen in gans het gebouw.

 

De deuren van de nooduitgangen zullen uitgerust worden met aangepaste veiligheidssloten.

 

De brandblusapparaten worden jaarlijks gekeurd. Het aantal en de plaats zal eventueel herbekeken worden na het brandweerverslag.

 

Wist je ?

 

Dat in 1898 er een brandweerhulppost werd opgericht in Deurne – Zuid.

 

Dat op 8 augustus 1931 de nieuwe brandweerkazerne werd opgericht in de Waterbaan.

 

Dat op 15 februari 1935 Louis Brabands aftrad als kapitein – bevelhebber van het vrijwillige brandweercorps van Deurne – Zuid. Constant Peeters volgde hem op.

 

Dat Constant Peeters ontslag nam op 3 juni 1947. Hij had veertig jaar dienst bij de vrijwillige brandweer. John Aarts volgde hem op.

 

Dat op 12 juli 1950 het vijftigjarig bestaan van de brandweer van Deurne – Zuid gevierd werd ondanks het feit dat het corps in 1898 was opgericht.

 

Dat Michel Beyaert voor onze parochie wel de meest gekende brandweerman was.

Hij was heel actief in onze parochie bij KWB, KBG en Ziekenzorg.

 

Dat wij in de zeventiger jaren ook nog een brand hadden in het Chirolokaal achter het Sint – Rochusinstituut en in de negentigerjaren een zware brand in de toneeltoren van ons parochiehuis.

 

 

Ward Wené, 29 maart 2010

 

 

GROTE SOCIALE BETROKKENHEID IN DE PAROCHIE!

 

EEN HEEL SPECIALE VERENIGING:

DE SOCIALE WERKPLOEG

 

Begin jaren negentienhonderd was de tijd toen in het geïndustrialiseerde Westen de sociale emancipatie volop op gang kwam.

De arbeiders kwamen samen, een beetje als een verdachte groep.

Er werden toen nog hongerlonen uitbetaald, er was nog kinderarbeid en talloze misbruiken….

Het vergde moed om een sociale organisatie te stichten, geld te verzamelen voor iemand die ziek was, iemand op te vangen die ontslagen werd.

 

Onze eerste pastoor Stanislas Vervoort is baanbreker geweest voor het oprichten van een

Pensioenkas op zijn parochie, waarover we in de notulen lezen:

“ Op 29 november 1899 is een algemene vergadering gehouden in het lokaal van de Zondagsschool ( de vroegere noodkerk ), ene maatschappij van onderlinge bijstand gesticht, hebbende voor doel een pensioen in ouden dag aan de werklieden te bezorgen.

De standregelen dier maatschappij, betiteld met de naam van Sint Rochuskring, worden besproken en vastgesteld. De volgende heren worden tot het bestuur gekozen:

Vervoort Fr., De Vel R., Pauwels W., Janssens A., Hellemans F.,De Loght A., De Preter F.

 

Onder pastoor Franciscus Coveliers werd in 1926 de Spaarkas opgericht.

De bezielers van het eerste uur waren Jaak Jacobs, Pol Wené en Staf Verdonck.

Een jaar later in 1927 volgde de oprichting van de Ziekenkas.

 

Tijdens de periode van de Tweede Wereldoorlog was uitgesproken de grootste sociale werker pastoor  Jozef Holthof. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij vier jaar lang aalmoezenier in de vuurlinie te midden van de soldaten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schonk hij aan de behoeftigen letterlijk alles weg wat hij had om zo te zeggen zelf honger te lijden. Ook de spaarkas hield stand tijdens de oorlog dank zij de taaie medewerkers.

 

In november 1946 werd de prenuptiale spaarkas opgericht, het voorhuwelijks sparen.

 

In 1948 stond de ploeg onder de bezielende leiding van proost E. Hr. Van Dyck met de volgende medewerkers: Smets Jules, Van Doren Louis, Budding Theo, Verhaegen Georges,

Henkens Jan, Souilliart Jan, Wené Pol, Jacobs Jaak, Abelshausen Daisy, Somers Maria,

Vissers Marie, Goyvaerts Mariette, Verhaegen Marie- Louise, Van Looveren Mit,

De Keuster Lutgarde en Paula.

 

Elke eerste en derde zondag van de maand waren zij op post in de kelder van Familia van

10u tot 11u30.

 

Op 14 november 1948 werd de afdeling voor gebrekkigen en verminkten opgericht door

Mevrouw Van Kessel en Mej. Maria Peeters.

Het doel lezen we in de stichtingsakte: “ al deze mensen die in de meeste gevallen denken miskend te zijn door hun lichamelijk gebrek, weer terug te brengen in de maatschappij waar ze tenslotte thuishoren, dat minderwaardigheidsgevoel volledig uitschakelen en weer zon en vreugde in hun leven brengen, wij willen ook hunne rechten op vergoedingen verdedigen en ze in alle nood bijstaan.”

 

En zo was de sociale werkploeg uitgegroeid tot een vereniging met haar vijf steunpilaren:

Pensioenkas

Volksspaarkas

Ziekenkas

Prenuptiale Spaarkas

Vereniging voor gebrekkigen en verminkten

 

Door de jaren heen werd er door meer en meer mensen gebruik gemaakt van hun diensten.

Bij de eerste verbouwing met het nieuwe voorstuk aan Familia verhuisden zij zondag voormiddag dan ook terecht daar naar toe, wetende dat een gedeelte van die werkzaamheden ook gebeurd waren dank zij de financiële bijdrage van de toelage die de Volksspaarkas uitbetaalde voor haar vrijwilligers.

 

Later kwamen de Hr. En Mevr. De Decker, de heren Van Craenenbroeck, Hasaers, Van den Driessche, Delafaille Gaston , Marissens Fik en Wené Fik de troepen vervoegen of vervangen.

 

Maar de jaren brachten ook veranderingen mee in het maatschappelijk landschap.

Er kwam een permanent ziekenkas kantoor op de Turnhoutsebaan 195 in Deurne in 1955.

Er kwamen zittingen van de ziekenkas in Familia de ganse woensdag.

Vrijdag voormiddag kwam er een zitting in Sint- Anna voor Silsburg.

Het vrijwilligerswerk evolueerde naar permanente opdrachten van op het einde van de jaren ’50 en de jaren ’60.

 

De pensioenkassen verdwenen dankzij de wetgeving op de pensioenen van zelfstandigen en loon trekkenden.

 

De Spaarkas heette intussen Antwerpse Volksspaarkas.

In 1960 startte in de H.Pius X parochie een plaatselijke afdeling.

In 1961 werd Pol Wené, tijdens de jaarvergadering van de Antwerpse Volksspaarkas vereremerkt met de zilveren Palmen van de Kroonorde wegens zijn actief lid zijn vanaf de stichting.

Het vermeerderen van spaarders en spaargelden zorgde voor grotere sociale vergoedingen welke de plaatselijke kas ontving voor haar medewerking en waarmee ruimschoots de parochiële werken gesteund werden.

 

Vele diensten zoals de Ziekenkas kregen permanente kantoren.

Het laatste lokaal van de spaarkas was in het lokaal boven naast de café.

Maar ook hier zorgden de veranderingen uiteindelijk voor het verdwijnen.

Antwerpse Volksspaarkas werd BAC, later BACOB en werd nog later met alleen nog permanente kantoren opgenomen in DEXIA.

 

Toch nog even aanhalen dat al deze mensen zich zo vele jaren zonder enige vergoeding hebben ingezet voor hun medemensen.

Dat sommigen daar mee begonnen toen ze vooraan in de twintig waren en dat sommigen dat meer dan dertig jaar hebben volgehouden.

 

Hoed af!!!

 

Ward Wené, 9 mei 2010.

 

 

 

DE BIBLIOTHEEK

 

Maria Peeters: zij leerde onze parochianen boeken lezen…

65 jaar actief in “de boekerij”

 

De vrije boekerij in onze parochie werd opgericht in 1916 door onderpastoor Verelst.

Ze werd toen ondergebracht op de Herentalsebaan in de villa De Chaffoy.

 

Maar mettertijd moest er worden uitgekeken naar een nieuwe plaats voor uitbreiding.

In 1937 kon men terecht in de leeggekomen lokalen van de vroegere betalende school van het Sint – Annainstituut.

 

Toen de ruimte daar ook te klein werd verhuisde men in 1946 naar het gelijkvloers van het gebouw aan de Van den Hautelei van het Sint- Rochusinstituut.

 

Later kwamen ook daar problemen, de school nam graag de lokalen in, er was dringend nood aan directie en personeelslokalen.

 

Ik herinner me als kind nog die tijd.

Wij gingen naar de bibliotheek en konden spelen in de donkere gangen van de school, wat wel niet mocht, maar wel heel plezant was, vooral ook met pillampen.

We deden bellekentrek bij de conciërge van de school die toen nog beneden in het achterste gebouw woonde.

 

De boeken waren in die tijd nog allemaal gekaft met bruin papier.

Er werd ook heel streng op toegezien dat je geen boeken las die niet geschikt waren voor uw leeftijd…..

De wanden stonden vol met schabben met boeken, daarvoor een lange rij houten tafels met de catalogen er op, achter de tafels de vrijwillige medewerkers.

 

In 1959 kocht pastoor Raes het pand aan in de Sint- Rochusstraat nr 48, dat onder de volgende pastoor Van de Wouwer alweer moest worden uitgebreid.

 

Net zoals de ruimten veranderden ook regelmatig de reglementen.

In 1921 kreeg men een toelage om 70 boeken per jaar te kunnen aankopen, in 1989 werd de Atlasboekerij gesubsidieerd voor de aankoop van 1200 boeken per jaar. Bovendien werden er ook nog een vijftigtal abonnementen voor tijdschriften voor de boekerij betaald door het stadsbestuur van Antwerpen.

De Atlasbibliotheek viel onder het type “bibliotheek van groot belang” met leeszaal en leende dagelijks zowat 200 boeken uit en kreeg er evenveel terug.

 

Maar de reglementeringen werden steeds strenger, alleen goede wil van de talrijke vrijwillige helpers was niet meer voldoende.

 

Er werden andere werkmethoden opgelegd en het inzetten van meer professioneel personeel.

De kosten begonnen dan ook zwaar door te wegen op de parochie ( onderhoud van het gebouw en de kosten van de nutsvoorzieningen).

 

Op 31 december 1998 werd de Atlasboekerij volledig overgenomen door de diensten van de stadsbibliotheek van Antwerpen maar wel ter plaatse gesloten.

 

Het huis werd verkocht op 29 maart 1999.

 

Op 15 februari 2000 had de laatste algemene vergadering plaats van de VZW Atlasboekerij.

Waren hierbij aanwezig: pastoor Fons Houtmeyers,en de heren Prudent Drijvers,

 Jozef Van Riel, Fik Marissens, en de dames Maria Peeters, Amendine De Gent en

 Marissens Agnes.

Toen werd de VZW ontbonden.

 

Talrijke vrijwilligers hebben gedurende al die jaren een deel van hun vrije tijd opgeofferd om in de bibliotheek te komen helpen,sommige perioden meer dan twintig.

 

Maar als we het over de boekerij hebben dan moeten we één persoon toch zeker vermelden.

 

Maria Peeters

65 jaar actief in de boekerij.

 

Ze werd geboren op 25 september 1918.

Nog geen jaartje oud, werd zij getroffen door kinderverlamming.

Het was oorlog!

Medicamenten waren schaars en ook de ziekte was nog lang niet onder controle.

Maar Maria genas.

De gevolgen van haar ziekte zou ze nochtans haar verdere leven meedragen in haar verlamde benen.

Haar zonnige karakter, was echter niet van aard om te grienen, en zij paste zich wonderwel aan de omstandigheden aan.

Maria was van jongs af een boekenwurmpje.

Ze was een regelmatige en graag geziene gast in de toenmalige boekerij.

Kwam zij aanvankelijk als dagelijkse klant, regelmatig stak zij er de handen uit de mouwen.

Zij trad dan ook reeds jong toe tot het vrijwilligerskorps van de boekerij.

Op aanraden van bibliotheekinspecteur Gerard Walschap, volgde zij de cursus van de Katholieke Boekcentrale en behaalde er in 1958 het diploma  van bibliothecaresse.

1961 werd voor haar een hoogtepunt.

Men vertrouwde haar als “titularis” de Atlasbibliotheek toe, die toen eigenlijk al haar tweede thuis geworden was  na 29 jaar actieve belangeloze inzet.

Ze zou in haar boekerij blijven werken tot de sluiting in 1998, en mee in het jaar 2000 de VZW Atlasboekerij met veel pijn in het hart, zoals bij alle medewerkers, ontbinden.

 

Maria had daarbij ook nog een grote interesse voor gans het parochiegebeuren en was jaren ook nog voortrekster voor de vereniging van gehandicapten. Voorwaar een heel bijzondere vrouw.  Zij overleed op 17 augustus 2000, in hetzelfde jaar als haar boekerij.

 

Ward Wené, lang een trouwe lezer.

 

 

 

JONGENSBOND EN MADELIEFJES

 

Chirokameraden de Koning ons roept, hoort nu dringend zijn roep en zijn stem.

Zijn wil in ons hart wordt een stormende kracht: in ’t gelid in de rangen voor Hem!

 

Zingt het lied van de Vorst,zingt het Koningenlied, want de Koning der koningen roept!

Neen, we strijden voor wereldse koningen niet,want de Koning der koningen roept!

 

 

OVER MARCHEREN, TROMMELEN EN ZINGEN…

 

In de jeugdverenigingen van toen stond er een woord hoog in het parool waar men nu nog nauwelijks wil of durft over spreken dicipline.

 

Er werd veel aandacht besteed aan verzorgde opening- en slotformaties, er was inspectie op een verzorgd uniform, groet aan het vaandel, er was een wachtwoord ( een aandachtspunt voor de week) aangebracht door hoofdleider of proost, er werd gebeden en gezongen…

 

Wij hijsen bij het gloren van de morgen, ons vlagge als een biddend lied,

want heilig is het geschenk van elke morgen dat God ons weer ’t aanvaarden biedt.

 

Draag door weer en wind ons vlagge, ’t teken van de heldentijd.

Laat ze waaien, laat ze werven allen voor de grote strijd.

 

Men kwam toen dikwijls in groep op straat.

En dat gebeurde op een ordelijke gediciplineerde manier namelijk al marcherende.

Dat marcheren leerde men al in de kleinste afdelingen.

Wekelijks stond er een marsoefening op het programma.

Dus gingen we al marcherende ’s zondags naar het lof, naar missen, optochten, processies, stoeten, meivaarten, tochten, enz…

 

Om dat samen marcheren op stap te vergemakkelijken was er de muziekkapel, een groep trommelaars uitgerust met landsknechttrommen en marstrommels.

 

Trommels zijn in Europa in gebruik sedert de vijftiende eeuw.

De Sarrazijnen hadden ze hier binnengebracht en ze werden onmiddellijk in gebruik genomen door de legers die er een middel in vonden om er hun lange voetmarsen fris mee te ritmeren.

Toen waren het nog fameuze, zware trommen die op de knieën van de tamboers zwaar te wiegen hingen. Ze reikten bijna tot tegen de grond.

Later werden de trommen korter en het doffe geluid dat ze afgaven werd harder, klaarder en vinniger gemaakt door boven op het ondervel een koppel darmsnaren te spannen.

 

De echte trommel gemaakt om een mars op te frissen was de marstrommel.

De marstrommel klonk kort en krachtig, droog en ritmisch.

Samen met de dof klinkende landsknechttrom met natrillende klank vormden ze samen de ideale muziekkapel.

Sommige Chirogroepen hadden ook nog trompetters.

Onze muziekkapel bestond uit landsknechttrommen en marstrommels.

Er werden dan ook speciale oefenstonden voor de trommelaars ingericht.

Jarenlang werden de trommels opgeslagen in het berghok onder de trap op het gelijkvloers van de achterbouw van het Sint- Rochusinstituut.

De grote gedalleerde speelplaats was ideaal voor formaties en marsoefeningen.

Bij regen konden we onder het ruime afdak.

 

De trommelaars kondigden ook als het ware de komst van de groep aan met een jonge levendigheid en een meeslepende frisheid, deden de mensen de ramen en de deuren openen om te komen kijken.

 

Om een goede trommelaar te zijn was een zekere handigheid en lenigheid in de armen, polsen en vingers nodig en ook een goed ritmisch gevoel.

Het samen marcheren bevorderde ook het ontwikkelen van het orde-  en tuchtgevoel.

 

Als er tijdens de mars niet getrommeld werd dan werd er gezongen, mars- of strijdliederen.

 

Ons Chirovendels marsjeren, de jeugd van de Koning treedt aan.

Over de wegen van Vlaand’ren, schrijden wij juichend vooraan.

 

Er is maar één droom in ons leven, de droom van elk jong kameraad,

voor Christus ons leven te geven in vechtende durvende daad.

 

Regelmatig werden er dan ook zangstonden gehouden waar liederen aangeleerd en herhaald werden.

 

Strijdliederen bijvoorbeeld voor het gebruik van de Vlaamse taal.

Een van de bekendste ijveraars hiervoor was Albrecht Rodenbach.

Nu kan je op straat Vlaams spreken naar hartenlust maar dat is ooit wel eens anders geweest.

In de tijd dat Rodenbach naar het Klein Seminarie in Roeselare naar school ging moest je goed uit je doppen kijken of je vloog eruit als je Vlaams sprak.

Vlaams spreken was toen iets voor boeren en meiden en wee diegenen die hun kop durfden opsteken.

En Rodenbach stak z’n kop op!

Hij was niet alleen een goede student, maar ook een dichter en een knap en begeesterend studentenleider. Hij kende de knepen om gans de boel aan ’t draaien te brengen. Zo kwam het dan dat Rodenbach rond zich veel jongens verzamelde, die voor de Vlaamse taal en het Vlaamse ideaal ijverden.

Zij noemden zich “Kerels” of “Blauwvoets” met als strijdkreet: “Vliegt de Blauwvoet, storm op zee!”;

Door vele onverwachte grappen riep de jonge ploeg een nieuwe Vlaamse geest in ’t leven.

En die groeide spijts een hagel van bedreigingen en straffen.

Rodenbach streed ook met de pen die scherp was en strijdlustig.

Zijn strijdliederen en gedichten waren algemeen bekend.

Als voorbeeld:

 

DE BLAUWVOET

 

Tekst: Albrecht Rodenbach                  muziek: Emiel Hullebroek

 

Nu het lied der Vlaamse zonen,nu een dreunend kerelslied, dat in wilde Noordertonen, uit het diepste ons herten schiet.

 

Refrein:

Ei! Het lied der Vlaamse zonen, met zijn wilde Noordertonen, met het oude Vlaams hoezee, vliegt de Blauwvoet? Storm op zee!

 

’t Wierd gezeid dat Vlaand’ren groot was, groot scheen in der tijden wolk, maar dat Vlaanderland nu dood was, en het vrije kerelsvolk.

 

Maar daar klonk een stemme krachtig, over ’t oude Noordzee-strand, en het stormde groots en machtig, in dat dode Vlaanderland!

 

En hier staan wij, ’t hoofd omhoge, vuisten sidd’rend, kokend bloed, vlamme in ’t herte, vlamme in d’oge, en ons naam ons trillen doet.

 

 

Berten Rodenbach verliet het Klein Seminarie als eerste van zijn klas en trok toen naar de universiteit van Leuven. Ook daar wroette hij onverpoosd verder.

Hij vervulde een grote rol in de heropstanding van de Vlaamse taal.

Naar zijn leven werd er een Rodenbachspel gemaakt dat ook door de Jongensbond werd opgevoerd in het Gildenhuis.

 

Maar zingen gebeurde niet alleen tijdens het marcheren.

Er werden kerkelijke of Marialiederen gezongen.

Maar ook op kerstfeesten, bonte avonden of kampvuren klonken aangepaste liederen.

Men zong tijdens het spel of tijdens de karwijen op kamp.

Zingen zorgde mee voor een aangename geest van blijheid en kameraadschap.

Begeleiding door blokfluit, mandoline of gitaar zorgden soms voor een aangename meerwaarde.

Raar toch dat die liedjes van toen soms nog altijd door je hoofd blijven spoken…

 

 En of er wolken drijven daarboven en duizend zonnen zomer beloven

of de wind verschijnt en gaat en m’n harte slaat.

 

Ja, toch is het leven fijn, nu blij dan eens treurig zijn,

Toch is het leven, toch is het leven, toch is het leven fijn!

 

Wat een levensliedje!

 

Ward Wené. juni 2010

 

 

 

IN 1928 WERD DE KAJOTTERSBEWEGING VAN ONZE PAROCHIE GESTICHT .

 

Het was in de periode toen Franciscus Coveliers pastoor was van onze parochie.

Hij was blijkbaar een man van uitersten.

Uit de overlevering weten we dat hij zich geweldig kwaad kon maken, maar daar stond dan tegenover dat hij, toen er op een keer, voor Pasen, een reusachtige file stond voor de biechtstoel, hij zijn biechtstoel verliet, zich naar de wachtende mensen keerde en met oprechte stem zei: “Alleen die een doodzonde te biechten hebben mogen blijven!”

Niemand bleef natuurlijk.

 

Het was ook de tijd toen het verenigingsleven op onze parochie ontkiemde en begon uit te groeien tot een gezond gemeenschapsgevoel.

 

Het was ook de tijd dat in het geïndustrialiseerde Westen de sociale emancipatie volop op gang kwam.

De arbeiders kwamen samen, een beetje als een verdachte groep.

Er werden toen nog hongerlonen uitbetaald, er was nog kinderarbeid en talloze misbruiken…

 

Wanneer we het over KAJ hebben denken we natuurlijk aan één persoon.

Kardinaal Jozef Cardijn ( 1882 – 1967 )

 

Wanneer de jonge Cardijn in het café van zijn moeder de bittere verhalen van omwonende arbeiders te horen kreeg, nam hij zich voor hun situatie te veranderen.

Op zijn twaalfde ging hij luisteren naar priester Adolf Daens en werd zijn levensdoel concreet: hij zou ook priester worden ten dienste van de arbeiders.

Daens kwam op voor de arbeiders, ook al kende hij heel veel tegenstand van de kerk.

Daens predikte de sociale gelijkheid.

Jozef Cardijn werd door die boodschap zo gegrepen dat hij beloofde zijn leven te geven voor de arbeiders, voor de zwakken en de kleinen.

Als jong priester werd hij in 1912 kapelaan te Laken.

Hij maakte er meteen ophef door naar de arbeiderswijken te trekken.

Daar legde hij de basis voor de Katholieke Arbeidersjeugd ( KAJ ), een vormingsbeweging die zou uitgroeien tot een massaorganisatie met vertakkingen in meer dan tachtig landen.

 

Cardijn ondervond, zoals zijn voorbeeld Daens, veel weerstand van het katholieke establishment, maar werd desondanks in 1965 toch tot kardinaal verheven.

 

Het motto van Cardijn luidde: “Zien, oordelen, handelen”

KAJ heeft het altijd hoog in het vaandel gedragen.

 

Cardijn wou de ontkerstening van de arbeiders een halt toeroepen door hen een christelijk alternatief aan te bieden voor de socialistische bevrijdingsgedachte.

Die won immers steeds meer aan populariteit.

Cardijn was zeker geen marxist, maar moest qua retorisch vermogen niet onderdoen voor Fidel Castro.

Oudkajotters herinnerden zich levendig Cardijns sloganeske toespraken, die hij met krachtige stem en zuiders temperament de menigte instuurde.

“ We zijn geen slaven, geen machines!”  “ Door eigen werk, sterk!”

 

Cardijns eerste bezorgdheid waren de arbeidsters.

Jonge meisjes die in de fabriek werden uitgebuit vormde hij om tot militante arbeidersvrouwen.

Cardijn heeft een belangrijke rol gespeeld in de verbetering van de levensomstandigheden van de Belgische vrouwen, maar dat maakte van hem nog geen feminist.

Het christelijke huwelijk moest het ultieme doel blijven van elke jonge vrouw.

Arbeidersvrouwen moesten kunnen thuisblijven, zoals de ‘rijke madammen’.

 

Begin jaren ’20 kreeg KAJ en VKAJ meer vorm.

In de periode 1925 – 1940 groeide het uit tot een massabeweging die tienduizenden jongeren kon bezielen en vormen.

 

Begin 1928 werd de Kajottersbeweging in onze parochie gesticht.

Enkele jonge medewerksters van KAV werden door het bestuur van de vereniging ontslagen van hun verantwoordelijke taken om zich geheel en al te kunnen inzetten voor de arbeidersjeugd.

 

Zij namen contact op met meisjes werkzaam in de fabriek, atelier of kantoor en al spoedig waren er een vijfentwintig tal leden, waaruit het bestuur gekozen werd.

Later groeide het aantal tot zo’n tachtig.

In augustus 1928 namen twee leden van het bestuur deel aan een studieweek in Brugge.

Daar werd door Eerw. Hr. Cardijn reeds de Romebedevaart van 1931 gelanceerd.

Men wou daar aan deelnemen maar men had nog geen vaandel.

Toneelavonden en andere activiteiten brachten genoeg geld in het laatje om een vaandel aan te schaffen.

Op tweede Paasdag 1931 werd tijdens een plechtig lof de vlag gewijd.

Drie leden schreven in voor de Romebedevaart van 1931.

Maar onder hen was er geen arbeidster.

En Cardijn stelde zo zijn eisen…

Bedienden, onderwijzeressen of thuiswerkenden mochten mee gaan maar er moest voor gezorgd worden dat met hen een meisje uit het arbeidersmidden meekon.

De vereiste som, in die tijd 1500,- Fr. was te hoog voor hen.

Er moest dus opnieuw naar financiële middelen gezocht worden.

Op vier maanden slaagden ze erin dat geld bij elkaar te brengen.

Zo trokken dus vier leden op Romereis, een onvergetelijke gebeurtenis.

 

De werking ging haar verdere gang met maandelijkse vergaderingen tot de oorlog in 1940 alle activiteiten stopte.

Na de oorlog was wel een beetje het hoogtepunt voorbij.

Ook voor een stuk te wijten aan de economische en maatschappelijke veranderingen.

De vakbonden hadden voor een deel het werk van KAJ overgenomen.

 

Voor onze parochie mogen we ook niet vergeten dat in 1922 Baden – Powell de Belgian Scouts had opgericht.

Tijdens de periode dat Coveliers pastoor was bestond er op onze parochie ook een groep scouts die tot 1934 actief bleef.

 

In 1934 werd dan ook nog de Jongensbond en de Madeliefjes opgericht door onderpastoor Aarts.

 

Er was dus in die tijd wel heel veel keuze voor de jeugd.

 

Tot in 1962 werd VKAJ nog verder gezet in onze parochie met vallen en opstaan.

 

Alle oud-leden kijken of keken met genoegen terug op deze periode in hun leven en hielden er een voorbeeld van trouw en edelmoedige inzet aan over.

 

 

Ward Wené, 26 september 2010.

 

 

 

OKTOBER - MARIAMAAND

OVER BEDEVAARTEN NAAR LOURDES

 

Waarom naar Lourdes?

 

Lourdes is een bedevaartstad toegewijd aan de Heilige Maagd Maria.

Lourdes is gelegen in het zuiden van Frankrijk in het departement Hautes-Pyrénées.

In 1858 had Bernadette Soubirous als arm 14 jarig meisje daar ontmoetingen met de Heilige Maagd.

Tussen 11 februari en 16 juli had zij 18 ontmoetingen.

Het eerste wonder gebeurde op 1 maart 1858.

Het was de genezing van de verlamde arm van Catherine Latapie.

Op 18 januari 1862 erkende de Kerk de echtheid van de verschijningen.

Er volgden later nog 66 erkende genezingen door de Kerk.

Sindsdien is Lourdes vermaard om zijn miraculeuze genezingen.

In 1866 ging Bernadette in het klooster te Nevers.

In 1876 werd in Lourdes de basiliek aan haar gewijd en was de geboorte van een bedevaartsoord een feit.

In 1933 werd Bernadette Heilig verklaard.

Het verhaal ging heel de wereld rond.

Elk jaar trekt Lourdes meer dan 6 miljoen pelgrims.

 

Ook vanuit ons land ging men al snel op bedevaart naar Lourdes.

Ook vanuit onze parochie.

Alle mogelijke verenigingen planden door de jaren heen Lourdes bedevaarten, KAV, KWB, KBG,enz…

Het oudste verslag dat ik terugvond is van een reis van de Eucharistische Kruistocht.

Misschien is het wel de moeite daar een stukje uit te vermelden.

Ik koos hier en daar een fragment.

Weet dat het verslag bestaat uit 368 regels in rijm!

 

Onze Lourdes – bedevaart         1 tot 9 Oogst ’32.

 

Nooit was er aan gedacht

opeens kwam het onverwacht,

dat we met vijven saam

zouden naar Lourdes gaan.

Was me dat een slag!

en een verlangen naar den dag.

Nauwelijks waren we met alles klaar,

of de datum was toch daar.

 

In den trein, aanstonds keuring van ’t kompartiment,

iedereen was tevreden en kontent.

Niets kon ons nog storen.

We vielen in de kussens tot over ons ooren.

Onze zesde man, even bekeken en daarna kennis gemaakt

het pinken naar malkander getuigde dat hij viel in de smaak.

We waren kontent en tevrêe

alles viel om ter beste mee.

En fier gelijk een luis,

 vertrokken we in onzen nieuwen thuis.

We zwaaiden adieu aan Deurne en alles wat er achter bleef

nu waren we op beter dreef.

 

Opeens tekende zich inde verte een donkere lijn

dat zullen de Pyreneeën al zijn.

De lucht werd langzaam al klaarder en lichter

de bergketens kwamen dichter.

We volgden ze verder en verder tot

we eindelijk zagen de grot.

En opeens uit ieder mond

een “Ave Maria” klonk.

 

Nu waren we in ’t gezegend oord

geen enkele bedevaarder sprak een woord,

ik weet niet wat er toen door ’t harte woelde

ik denk dat iedereen zich bij Moeder voelde.

 

Eindelijk waren we daar, waar we zolang naar trachten.

Ons eerste groet ging naar Moeder die ons ook verwachte.

Hoe roerend in ’t hart, en hoe zacht in d’oren

klepte ’t klokje ’t Ave’ op de toren.

 

Uit dank voor al de genaden hier gekregen

door Moederkens hand kwistig gegeven

Mocht elke bedevaarder het beleven.

En als kristen altijd staan paraat

overal in elk werk katholiek van de daad.

 

Om 18.41 u stapten we uit

in Antwerpen-Zuid.

In de statie werd getelefoneerd

de Jane kwam met zijn peerd.

En heel tevreden en voldaan

kwamen we per autocar te Deurne aan.

Hier was ’t afscheid rap en vlug.

Maar als ’t God belieft gaan we nog wel eens een keer terug.

 

Rosalie Verhaert

 

16.8.32.

 

Ook Chirojeugd Sint – Rochus, de Jongensbond en de Madeliefjes gingen ter gelegenheid van het vijftien jarig bestaan op reis naar de Pyreneeën en op bedevaart naar Lourdes in augustus 1949.

Dit gebeurde met twee autobussen, één voor de meisjes en één voor de jongens.

Ook van deze reis werd er een verslag geschreven, ook daar wil ik een stukje uit vermelden.

 

 Bij het vallen van de duisternis verrezen de eerste toppen van de Pyreneeën.

Het lichtend kruis op de Pique de Gerre trok ons aller aandacht, waarop we rond 21.45u Lourdes binnenreden. De stad was in slapende toestand en na een kort oponthoud gingen we de gevaarlijke weg op naar Luce, dat we te 23.30u bereikten. Het liedje van de vorige nacht herhaalde zich nogmaals. Slapen in de bus of op de frisse straatstenen.

De volgende morgen was het begin van de eerste dag in het kamp te Barèges.

Rond zes uur vertrokken uit Luce bereikten we het dorpje 50 min. later.

Het eerste kontact met de bergen bij de beklimming naar het kampterrein liep tamelijk goed van stapel. Alleen duurde het wat te lang naar de meesten hun goesting.

 

In ’t kamp zelf begon het, dat we in een barak mochten slapen i.p.v. in tenten.

Achteraf bleek het dat we nog het beste voor ons hadden.

Wat het eten betreft, ’t was allemaal goed als ge het gaarne mocht.

 

De volgende dag gingen we naar Lourdes. Daar hoorden we de mis, opgedragen door proost Tol, waarna we een bezoek brachten aan de grot. ’s Namiddags waren we vrij tot 16u. om dan samen de zegening der zieken bij te wonen. Bij de terugkeer in het kamp werkten we ons “souper” zo goed en zo kwaad als ’t ging naar binnen. De avond brachten we verder door in kampvuurstemming, gezellig in ons barak rond de open haard, om rond 22.30 u op onze zolder te kruipen.

 

De volgde dag werd de tocht aangevat naar de Cirque de Gavarnie en ’s avonds was er het kampvuur.

Dat kampvuur , waar we spijtig genoeg niet meer kunnen over uitweiden, kwam er in ’t kort hier op neer: dat we ons welwillend publiek op een buitengewone manier hebben weten te boeien en nog nooit van een dergelijke aandacht op een kampvuur mochten genieten; dat het vooral de zang en de dans van de meisjes was die het meest in de smaak viel; dat alles vlot verliep niet tegenstaande de handicap van het taalverschil; dat de Franse pater, kampleider,

In een gevoelvolle toespraak ons dankte niet alleen voor de prachtige kampvuuravond, doch ook voor het feit dat hij, in 1920, aan zijn lot overgelaten met 5000 door hongersnood bedreigde Baskische kinderen, zijn oproep om deze kinderen op te nemen enkel in Vlaanderen weerklank had gevonden en Antwerpen alleen reeds 800 van deze kinderen onderdak verleende.

Die avond gingen we slapen met een stille warme vreugde in ons hart.

 

Tot daar het verslag.

Natuurlijk zullen er nog vele verslagen van Lourdes reizen bestaan in de archieven van de verenigingen van onze parochie en is hier dus zeker maar een tipje van de sluier gelicht.

 

 

Ward Wené

3 oktober 2010.

 

 

 

NAAR ONZE GESCHIEDENIS

NAAR SINT-ROCHUS

NAAR START

 

Bezoekersinfo: